Home > E-commerce > Kopen via internet: wanneer is een aanbod rechtsgeldig?
Kopen via internet: wanneer is een aanbod rechtsgeldig?

Kopen via internet: wanneer is een aanbod rechtsgeldig?

Steeds vaker worden producten en diensten aangeboden op het internet. Bijvoorbeeld via bekende advertentiesites als Marktplaats, Speurders en eBay. Wie goed zoekt, kan hier vaak een goede deal sluiten. Maar wat als de verkopende partij de zaken in de advertentie mooier voorstelt dan ze werkelijk zijn of achteraf opeens de prijs wil verhogen? Recent oordeelde het Gerechtshof in Den Bosch in een zaak van een op eBay geplaatste advertentie.

Hoe komt een overeenkomst tot stand?

Voor een goed begrip is het belangrijk te weten wat de wet zegt over koopovereenkomsten. Wist u bijvoorbeeld dat voor een geldige overeenkomst geen schriftelijk contract is vereist? Volgens artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek volstaat een aanbod van de ene partij en de aanvaarding van dat aanbod door de andere partij. Aanbod en aanvaarding kunnen dus ‘vormvrij’ plaatsvinden.

In de eBay-zaak, die hierna wordt besproken, speelt de vraag of er wel sprake is van een (rechtsgeldig) aanbod. Een aanbod moet:

  • voldoende bepaald zijn (wat houdt het aanbod precies in?),
  • duidelijk maken waaraan de aanbieder gebonden wil zijn (verkoop, verhuur, etc.) en
  • nog steeds geldig zijn, dus bijvoorbeeld niet ingetrokken of vervallen door tijdsverloop.

Het verschil tussen ‘aanbod’ en ‘uitnodiging’

De wet kent ook – naast het concrete aanbod – de zogenaamde ‘uitnodiging om in onderhandeling te treden’. Zo’n uitnodiging is niet bedoeld om direct na aanvaarding een overeenkomst tot stand te brengen. Dit blijkt vaak duidelijk uit de tekst van het aanbod zelf en/of de omstandigheden waaronder dit aanbod gedaan is.

Zo bepaalde de Hoge Raad op 10 april 1981 dat de meeste advertenties waarin woningen te koop worden aangeboden, normaal gesproken niet als aanbod te zien zijn, maar als een uitnodiging om in onderhandeling te treden. Bij de koop van een woning spelen immers meer zaken dan alleen de prijs en de summier in de advertentie beschreven kenmerken van de woning een rol. Het enkele akkoord gaan met de prijs op basis van alleen de advertentie brengt dus nog geen koopovereenkomst tot stand.

Het onderscheid tussen ‘aanbod’ en ‘uitnodiging om in onderhandeling te treden’ is niet altijd even goed te maken. De recente uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch illustreert dit goed.

De eBay-zaak

eBay is een veilingsite volgens het principe van bieden bij opbod. Wie het hoogste bod heeft gedaan op het moment dat de veiling afloopt, heeft het product tegen dat hoogste bod gekocht.

Een Nederlands garagebedrijf, gespecialiseerd in de verkoop en reparatie van gebruikte auto’s en auto-onderdelen van Jaguar en Daimler, bood in oktober 2005 via eBay gebruikte Jaguar-motoren aan met de volgende (ruime) omschrijving (vertaald uit het Duits): “Jaguar/Daimler motor v8 4.01 of 3.2 1997 t/m 2004”.

Een Duitse consument zag deze advertentie staan en plaatste na mailcontact met de adverteerder een bod. Via de mail had de bieder desgevraagd vernomen dat de verzendkosten € 100,– zouden bedragen. Enige tijd later ontving hij een e-mail van eBay dat hij het hoogste bod had geplaatst en dus, conform de opzet van eBay, het artikel had gekocht. Vanaf dat moment bemoeide eBay zich niet langer met de zaak en liet de afwikkeling van de koop in principe over aan verkoper en koper.

Het garagebedrijf stuurde een e-mail naar de bieder met de vraag welke motor hij wilde (een 3.2 of 4.0) en de mededeling dat de verzendkosten € 600,– bedroegen. Ook moest een oude motor worden teruggestuurd naar het garagebedrijf. Het garagebedrijf kwam dus met een aanvullende voorwaarde (retourneren andere motor) en wijzigde de prijs voor de verzendkosten eenzijdig (die verzendkosten waren eerst: € 100,–).

Bieder wil schadevergoeding

De Duitse bieder ging hier niet mee akkoord en vorderde nakoming. Dit had geen effect. De consument kocht op 8 december 2005 elders een andere motor, die overigens fors duurder was dan de motor die via eBay gekocht was.

Daarna stuurde hij op 23 februari 2006 een brief aan het garagebedrijf waarin hij de via eBay gesloten overeenkomst buitengerechtelijk ontbond en schadevergoeding vorderde vanwege de meerprijs die hij had betaald voor de vervangende motor.

Hof stelt: advertentie is ‘aanbod’

Het garagebedrijf betaalde deze schadevergoeding niet, waarop de consument het bedrijf voor de kantonrechter daagde. De kantonrechter veroordeelde het garagebedrijf tot het betalen van het prijsverschil van de motor (€ 1.700,–), inclusief wettelijk rente.

Het garagebedrijf ging tegen dit vonnis in hoger beroep bij het Gerechtshof in Den Bosch. Het bedrijf stelde dat zijn advertentie op eBay niet moest worden gezien als aanbod, maar als uitnodiging om in onderhandeling te treden. Volgens de garage was de advertentie te weinig specifiek om als een concreet aanbod te kunnen worden gezien. Er werd immers een breed scala aan motoren aangeboden.

Het Hof stelde dat de vraag of de advertentie van het garagebedrijf als ‘aanbod’ te zien is, moet worden beantwoord in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij telt zwaar mee dat het op eBay de bedoeling is om producten te kopen tegen de prijs die het hoogst is op het moment dat de veiling afloopt. De hele site van eBay is immers rond dat doel ingericht en dit doel wordt bij herhaling ook door eBay zelf duidelijk gemaakt. eBay is als veilingsite niet gericht op het voeren van nadere onderhandelingen. Dat de advertentietekst ruimte bood voor allerlei motoren van de merken Jaguar en Daimler, met de inhoud 4.0 of 3.2 en uit de bouwjaren 1997 t/m 2004, maakte volgens het hof het aanbod niet te onbepaald. Er was simpelweg een koop gesloten voor een motor die aan deze criteria voldeed, waarbij het criterium van de literinhoud naar keuze van de consument mocht worden ingevuld.

Schadevergoeding verlaagd tot € 1.200,–

Wel kreeg het garagebedrijf deels gelijk van het Gerechtshof voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding. De consument had elders een motor gekocht die € 1.700,– duurder was dan de prijs die via eBay met het garagebedrijf was overeengekomen. Het garagebedrijf stelde dat deze motor beter is dan de motor die het op eBay aanbood, zodat het niet redelijk is veroordeeld te worden tot betaling van het gehele prijsverschil. Het hof vond dat enig prijsverschil voor risico komt van het garagebedrijf: “De prijs voor soortgelijke zaken is niet overal hetzelfde en bovendien zal niet steeds een vervangende zaak kunnen worden gevonden die precies overeenstemt met het oorspronkelijk gekochte”.

Omdat de vervangende motor meer dan 40% duurder was dan de via eBay overeengekomen prijs, achtte het hof echter aannemelijk dat geen vergelijkbare motor was gekocht. Het hof matigde de door de garage te betalen vergoeding dan ook naar eigen inzicht tot € 1.200,–, inclusief wettelijke rente vanaf 8 december 2005.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in de kantoornieuwsbrief van januari 2009. Zie ook de column van collega Theo Bosboom op de website van Checkit.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen