Home > Procesrecht > Vergaande mogelijkheden bewijsbeslag bij (mogelijke) schending intellectuele eigendom
Vergaande mogelijkheden bewijsbeslag bij (mogelijke) schending intellectuele eigendom

Vergaande mogelijkheden bewijsbeslag bij (mogelijke) schending intellectuele eigendom

Als u een octrooi, een merk, een handelsnaam of een databank bezit of het auteursrecht heeft op een zelfgeschreven artikel, bent u daar intellectueel eigenaar van. Anderen mogen er niet mee aan de haal gaan. Gebeurt dat toch, dan is dat een inbreuk op uw intellectuele eigendomsrecht. Sinds 1 mei 2007 hebt u veel meer mogelijkheden om daarvoor bewijs te verzamelen.

Het is niet altijd eenvoudig te bewijzen dat er inbreuk gemaakt wordt op een bepaald intellectueel eigendomsrecht. In dergelijke situaties van bewijsnood kon de rechter in de loop van een rechtszaak een partij al bevelen inzage in de administratie te geven (artikel 162 Rv). Ook was het al mogelijk dat de partij die inbreuk pleegt een document moest afgeven dat u zelf niet meer bezit en waaruit blijkt dat u bepaalde rechten en plichten hebt (artikel 843a en 843b Rv).  En de Auteurswet en de Rijksoctrooiwet bepalen bijvoorbeeld dat goederen die inbreuk maken op uw rechten in beslag kunnen worden genomen.

Meer mogelijkheden
Sinds 1 mei 2007 is een nieuw artikel 1019b Rv Van kracht in het intellectuele eigendomsrecht. Dat maakt de mogelijkheden om bewijs te verzamelen een stuk groter.

De voorzieningenrechter kan op grond van dit artikel beslissen dat er voorlopige maatregelen moeten worden getroffen die het bewijs beschermen als inbreuk dreigt op intellectuele eigendomsrechten. De wet noemt een aantal voorbeelden van zulke maatregelen:

  • het leggen van beslag,
  • monsterneming en
  • het opmaken van een gedetailleerde beschrijving ter plaatse.

Maar, zo volgt uit de toelichting op de wet, er is meer mogelijk. De rechter kan bijvoorbeeld ook toestaan dat in een productiehal een camera wordt opgehangen. Zoiets was voorheen ondenkbaar.

Hoe werkt het?
De rechter staat de maatregelen toe op verzoek van de eiser. Dit verzoek bepaalt ook welke maatregelen worden getroffen. De rechter toetst alleen of deze maatregelen binnen proporties zijn, of bedrijfsgeheimen voldoende worden beschermd en of ze voldoen aan de eisen van subsidiariteit, wat wil zeggen dat er redelijkerwijs geen andere mogelijkheden zijn om het bewijs te verzamelen.

De eiser hoeft alleen ‘voldoende aannemelijk’ te maken dat er sprake is van (dreigende) inbreuk op zijn intellectuele eigendomsrechten.

In beginsel wordt de wederpartij in de zaak niet gehoord. Het zal dus vaak zo zijn dat die pas op de hoogte wordt gesteld van zo’n maatregel op het moment dat de deurwaarder op de stoep staat. Bij een procedure op grond van artikel 843a (zie de omschrijving hierboven) is dat niet het geval.

De nieuwe wettelijke regeling is niet beperkt tot piraterij (opzettelijke inbreuken). Ook als u onbewust een intellectueel eigendomsrecht van een ander schendt, kunnen deze nieuwe regels worden toegepast. Bijvoorbeeld wanneer u een technisch product op de markt brengt waarop een octrooi rust, of wanneer u een designproduct verhandelt waarop een ander een model- of auteursrecht heeft.

Uitwerking in de praktijk
Het Hof in ’s-Hertogenbosch paste het nieuwe artikel 1019b Rv op 30 mei 2007 toe in een zaak over het handelsnaamrecht. Er was verzocht om beslag op ‘alle computerbestanden, correspondentie en agenda’s over de jaren 2004 en 2005’ van de wederpartij. De voorzieningenrechter vond dit veel te ver gaan en stelde dat het bedrijf hierdoor te veel onthand zou raken.

In hoger beroep draaide het Hof deze uitspraak om: artikel 1019b Rv is juist bedoeld om inbreuk op intellectueel
eigendom aan te tonen. Dat dit vergaande consequenties heeft voor de wederpartij, doet daar niets aan af. Kortom: de administratie moest toch worden afgegeven.

Conclusie
Artikel 1019b Rv geeft ondernemers een nieuw wapen als het gaat om het beschermen van hun intellectuele eigendom. De mogelijkheden voor het verzamelen van bewijs van (dreigende) inbreuk zijn sterk verruimd. Daarbij maakt het
niet uit of er sprake is van opzettelijke of onbedoelde inbreuk.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in de kantoornieuwsbrief van Dirkzwager van april 2008.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen