Home > Auteursrecht > Hyperlink naar Real Alternative geen auteursrechtinbreuk
Hyperlink naar Real Alternative geen auteursrechtinbreuk

Hyperlink naar Real Alternative geen auteursrechtinbreuk

De rechtbank Den Haag heeft op 2 november 2011 in een bodemprocedure over het aanbieden van de software Real Alternative geoordeeld dat het plaatsen van een hyperlink geen auteursrechtinbreuk met zich meebrengt.

RealPlayer vs. RealAlternative

De zaak gaat over de software “Real Alternative” die via de website http://www.dzw.gr/d68fc was te downloaden. Zoals de naam al doet vermoeden is Real Alternative een alternatief programma waarmee bestanden kunnen worden afgespeeld die normaal gesproken alleen met de mediaspeler RealPlayer van het Amerikaanse Real Networks Inc. (hierna: Real) kunnen worden geopend. Het programma is in zoverre dan ook een concurrerend product voor de RealPlayer.

Ex parte verbod en bewijsbeslag in 2010

Real was van oordeel dat de Real Alternative software inbreuk maakte op de rechten op haar eigen RealPlayer software. Zij diende dan ook in februari 2010 bij de rechtbank een verzoek in voor een “ex parte beschikking” (een rechterlijk bevel zonder dat de wederpartij wordt gehoord). Daarbij werd verzocht de exploitant van http://www.dzw.gr/d68fc te verbieden de software nog langer aan te bieden en werd verzocht bewijsbeslag bij deze website-exploitant te mogen leggen. Dit verzoek is op 15 februari 2010 toegewezen. Op 17 februari is de beschikking aan de websitehouder betekend en is bij hem bewijsbeslag gelegd.

Bodemprocedure gestart door Real

Vervolgens is door Real een bodemprocedure gestart, waarin op 2 november 2011 uitspraak is gedaan. Real stelde dat de websitehouder inbreuk pleegde op auteurs- en merkrechten en onrechtmatig handelde. Volgens Real stond de Real Alternative software op de servers van de gedaagde. Alle hyperlinks verwezen namelijk naar http://server-b1.edskes.com, dus naar het subdomain “server-b1” onder de domeinnaam “edskes.com” (van gedaagde).

(sub)domein kan verwijzing zijn

Zoals ook Webwereld al een tijdje geleden berichtte, wil een (sub)domeinnaam echter nog helemaal niet zeggen dat de software ook feitelijk op die server staan. Een (sub)domein kan namelijk ook verwijzend worden gebruikt. Dat is ook precies wat in deze procedure aan de hand was. De software stond namelijk op servers van het Duitse Freenet en de gedaagde deed niets meer (of minder) dan verwijzen naar die server van het Duitse Freenet. Dat de software op de eigen server stond, is dus helemaal niet bewezen. Het oordeel van de rechter op dit punt is dan ook vrij rechtlijnig:

4.10 (…) De rechtbank verwerpt dan ook de stelling van Real Networks dat [X] Real Alternative vanaf één of meerdere door hem beheerde FTP-servers heeft verspreid nu dit niet is gebleken.

Verwijzing is geen openbaarmaking

De software stond dus helemaal niet op de server van gedaagde. De vervolgvraag is of de hyperlink die geplaatst was aan te merken is als een auteursrechtelijke openbaarmaking. Met andere woorden: kan het plaatsen van een hyperlink worden verboden door de auteursrechthebbende naar wiens werk de hyperlink verwijst?

De rechtbank overweegt allereerst

4.17. Onder openbaarmaking van een werk in de zin van artikel 12 Aw moet dan ook worden verstaan een handeling waardoor het werk voor het publiek toegankelijk wordt gemaakt dan wel een handeling waardoor het werk onder het publiek wordt gedistribueerd.

Real stelde dat de hyperlink op de website www.codecpack.nl moest worden aangemerkt als de openbaarmaking van de software, omdat dit feitelijk de enige plek was waarop de software te vinden was. De gedaagde laat echter met bewijsstukken zien dat de software wel degelijk op de website van Freenet wordt aangeboden. Het is dan ook volgens de rechtbank Freenet die de software openbaar maakt. Van een afzonderlijke openbaarmaking (via de hyperlink) door de gedaagde is geen sprake:

4.22 (…) Het beschikbaar stellen van Real Alternative aan het publiek gebeurde niet binnen de website van [X], althans onder zijn zeggenschap of controle, maar op een andere server namelijk die van Freenet. Na het aanklikken van de link werd een ander frame geopend waarbinnen de gebruiker diende in te stemmen met het downloaden van Real Alternative naar zijn eigen computer. [X] stelde met zijn link dan ook slechts een ‘bewegwijzering’ ter beschikking naar de locatie waar het bestand Real Alternative voor het publiek toegankelijk was. 

Verwijzing is ook geen verveelvoudiging

Volgens Real werd met de hyperlink de software ook “verveelvoudigd” in de zin dat deze dankzij de hyperlink in het geheugen van de computer werd geladen. De rechtbank wijst ook deze vordering van Real af, opnieuw omdat de gedaagde niets meer deed dan verwijzen naar de website van Freenet:

4.29. Naar het oordeel van de rechtbank is van verveelvoudigen door [X] van Real Alternative als bedoeld in artikel 45i Aw geen sprake. Anders dan Real Networks stelt, vond de transmissie van Real Alternative niet plaats door of met de link van [X]. De link van [X] wees de gebruiker de weg naar de server van Freenet waarop Real Alternative stond. De transmissie van Real Alternative vond plaats van de server van Freenet naar de computer van de gebruiker. In die omstandigheden verrichtte [X] geen verveelvoudigingshandelingen.W

Websitehouder is ook geen tussenpersoon die auteursrechtinbreuk faciliteert

Ook kon de gedaagde niet worden aangemerkt als een tussenpersoon wier diensten worden gebruikt om inbreuk op auteursrechten te maken. Als het plaatsen van die software op de server van Freenet al een auteursrechtinbreuk met zich meebrengt (daar laat de rechtbank zich niet over uit), dan was de gedaagde daarbij in ieder geval niet behulpzaam en dus ook niet als hulppersoon aan te merken.

Geen onrechtmatig handelen

Real heeft voorts nog aangevoerd dat de gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door het downloaden van inbreukmakende programma’s te faciliteren. De rechtbank overweegt allereerst dat het denkbaar is dat het faciliteren van downloaden wordt aangemerkt als onrechtmatig handelen:

4.36 (…) Dit betekent dat zowel het structureel faciliteren van downloaden als van uploaden van inbreukmakende computerprogramma´s onrechtmatig kan zijn.

In de gegeven omstandigheden van dit geval oordeelt de rechtbank echter dat de gedaagde niet onrechtmatig heeft gehandeld. De man heeft er op gewezen dat Real Alternative op diverse (waaronder hele bekende) websites is aangeprezen als legale software. Ook heeft hij er op gewezen dat Freenet een respectabele Duitse website is. Hij stelt dus dat hij er op heeft vertrouwd en op mocht vertrouwen dat hij niets verkeerds deed. De rechtbank volgt de man hierin:

4.38 (…)De rechtbank volgt [X] dan ook in zijn verweer dat het voor hem niet (zonder meer) duidelijk behoefde te zijn dat Real Alternative inbreuk zou maken op de auteursrechten van Real Networks. (…) 4.41. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [X] niet structureel doelbewust het downloaden van het inbreukmakende Real Alternative heeft gefaciliteerd en dat [X] niet onrechtmatig jegens Real Networks heeft gehandeld.

Merkenrechtelijke vordering niet onderbouwd

De merkenrechtelijke vorderingen van Real zijn volgens de rechtbank onvoldoende onderbouwd en worden om die reden afgewezen.

Vorderingen Real afgewezen

De vordering van Real worden dan ook allemaal afgewezen. Real wordt veroordeeld om de proceskosten van de man te betalen. Vooraf is afgesproken deze kosten te begroten op 48.000,- euro.

Technische werking relevant

Opmerkelijk in deze uitspraak is dat de technische werking van het internet relevant is voor de vraag of er wel of geen sprake is van auteursrechtinbreuk. In bijvoorbeeld het debat over het embedden van muziek op websites wordt wel eens de volgende redenering geponeerd: “hoe het technisch werkt is irrelevant, funtioneel gezien staat het filmpje op de website die het embedt“.

De rechtbank kijkt echter juist wel naar de achterliggende techniek:

4.24 (…) Dat neemt echter niet weg dat Real Alternative feitelijk niet werd gedownload van een server van [X] maar van een server van Freenet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [X] daarmee geen distributiehandelingen verricht in de zin van artikel 4 lid 1 van de Auteursrechtrichtlijn of van artikel 4 lid 1 sub c van de Softwarerichtlijn.

Hiermee zou dus verdedigd kunnen worden dat bij embedden, waar het signaal ook feitelijk niet wordt gedownload van de server waarop de website staat die het filmpje embedt, geen sprake is van een afzonderlijke openbaarmaking. Het is afwachten op een procedure waarin een dergelijk oordeel valt.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen