U bent hier: Home > Databankenrecht > Vergelijkingswebsite vs. producent gegevens: 1-1
Vergelijkingswebsite vs. producent gegevens: 1-1

Vergelijkingswebsite vs. producent gegevens: 1-1

De vergelijkingswebsite Wegolo.com mag van het Gerechtshof Amsterdam gegevens over vliegtickets blijven overnemen van de website van Ryanair. Ryanair kan zich niet beroepen op het databankenrecht en het gebruik van de vluchtgegevens valt onder een uitzondering uit het auteursrecht (voor zover de vluchtgegevens al auteursrechtelijk beschermd zijn).

Kern van het geschil: Ryanair wil gebruik gegevens door Wegolo tegen gaan

De procedure draait in de kern om het volgende. PR Aviation exploiteert de websites wegolo.com en wegolo.nl. Op die websites kan de consument vluchtgegevens zoeken en prijzen vergelijken van low cost carriers. Op basis van een zoekopdracht van een consument doorzoekt Wegolo de websites van die diverse luchtvaartmaatschappijen. Vervolgens wordt aan de consument getoond bij welke maatschappijen vluchten kunnen worden geboekt die aan de zoekcriteria voldoen. Ook kan de consument vervolgens via de website, door bemiddeling van PR Aviation, bij die maatschappij(en) het ticket boeken.

Ryanair wenst dit gebruik van haar vluchtgegevens door Wegolo tegen te gaan. Zij stelt dat PR Aviation door dit gebruik van haar vluchtgegevens inbreuk maakt op haar databank- en auteursrechten.

Oordeel rechtbank: Wegolo moet stoppen met overnemen geschriften

De rechtbank heeft op 28 juli 2010 geoordeeld dat van inbreuk op het databankrecht geen sprake is, maar dat PR Aviation wel inbreuk maakt op het auteursrecht (geschriftenbescherming) van Ryanair. PR Aviation mocht de vluchtgegevens van Ryanair dus niet langer gebruiken. Beide partijen zijn van deze beslissing in hoger beroep gekomen.

Gerechtshof: vluchtgegevens vormen geen databank

In hoger beroep wordt in feite het hele geschil opnieuw aan het Gerechthof voorgelegd. Het Gerechtshof oordeelt allereerst dat de vluchtgegevens van Ryanair niet kwalificeren als databank in de zin van de Databankenwet. Voor een databank is namelijk een substantiële investering vereist in het verkrijgen en in een databank opnemen van bestaande gegevens, het controleren van de verzamelde en opgenomen gegevens en/of het presenteren van de inhoud van die databank.

Ryanair heeft in dat verband aangevoerd dat zij investeringen heeft gepleegd in (1) het vervaardigen van de website, (2) de benodigde hardware en (3) de benodigde software. Het Hof stelt dat Ryanair daarmee onvoldoende heeft aangetoond dat zij specifiek in de gegevens in die databank heeft geïnvesteerd. De investeringen die Ryanair aanvoert zien volgens het Gerechthof eerder op de operationele kosten van het verkoopkanaal van Ryanair, dan op investeringen in de gegevensverzameling als zodanig.

Het Gerechtshof bevestigt hiermee in feite de strenge leer die de rechtbank Utrecht eerder ook hanteerde. In eerste aanleg overwoog de rechtbank toen namelijk dat voor algemene kostenposten geldt dat deze (in beginsel) in een “te ver verwijderd verband staan tot de kosten voor ‘afzonderlijke toegankelijkheid van de gegevens’” (overweging 4.24).

Er zijn echter ook gerechtelijke instanties waar algemene kosten gemaakt voor bijvoorbeeld soft- en hardware wel mogen meetellen in het kader van de voor databankrechtelijke bescherming vereiste substantiele investering. In paragraaf 2 van het artikel over databankenrecht en specialistische zoekmachines dat ik op 1 maart 2011 heb gepubliceerd is meer te lezen over de discussie welke kosten wel of niet mogen meetellen.

Gerechtshof: ook geen auteursrechtinbreuk

Het beroep van Ryanair op het databankenrecht strandt dus. Ryanair heeft zich daarnaast beroepen op een specifiek onderdeel van het auteursrecht, namelijk de geschriftenbescherming. Dat wil zeggen dat Ryanair stelt dat vluchtgegevens weliswaar onvoldoende creatief zijn om onder het “normale”/volwaardige auteursrecht te vallen, maar dat die gegevens niettemin beschermd zijn tegen slaafse ontlening op grond van de geschriftenbescherming. PR Aviation zou volgens Ryanair daar inbreuk op maken.

Dit beroep op de geschriftenbescherming wordt door het Gerechtshof echter afgewezen. Ik begrijp de redering van het Gerechthof als volgt. Ryanair stelt haar databank in feite aan iedere internetter vrijelijk ter beschikking. Daarmee staat het aan het internettende publiek vrij om gegevens uit de databank op te vragen. De zoekmachine Wegolo doet niet meer of minder dan het uitvoeren van een zoekactie die een individuele internetter ook zou hebben kunnen uitvoeren (zij het dat Wegolo meerdere zoekacties op verschillende websites uitzet en de resultaten daarvan combineert). Wegolo doet daarbij niets onrechtmatigs, zoals het omzeilen van beveiliging of het (anderszins) uitvoeren van voor Ryanair belastende gedragingen. Daarmee zou, als ik het Hof goed begrijp, PR Aviation dezelfde rechten toekomen als de consument die van de website van Ryanair gebruik maakt. Of juridisch uitgedrukt: niet alleen de consument, maar ook PR Aviation is een “rechtmatige gebruiker” van de gegevensverzameling en mag dus op grond van artikel 24a Auteurswet de betreffende gegevens opvragen.

1-1 voor de specialistische zoekmachine type 2

Daarmee staat het in feite 1-1 voor de specialistische zoekmachine die steeds een individuele zoekopdracht uitzet bij de te doorzoeken website (in paragraaf 6 van mijn artikel “type 2” zoekmachines genoemd).

In het m.i. wel enigszins vergelijkbare geschil Wegener/Innoweb over de zoekmachine Gaspedaal oordeelde de rechtbank Den Haag immers dat Innoweb met haar specialistische zoekmachine Gaspedaal wel degelijk inbreuk maakte op het databankenrecht van Wegener met betrekking tot haar website Autotrack. Daarbij overwoog de rechtbank uitdrukkelijk dat investeringen in hard- en software mochten meetellen in het kader van de substantiële investering, omdat de in dat kader ontwikkelde website “specifiek is ontwikkeld voor de presentatie van die verzameling en ook uitsluitend voor dat doel wordt gebruikt“. In dat geschil werd dus door de rechtbank wel databankrechtelijke bescherming aangenomen. 1-0 dus voor de door een specialistische zoekmachine doorzochte website.

De overweging van het Gerechtshof Amsterdam in de kwestie tussen Ryanair en PR Aviation kent een opvallend verschil. Het Hof stelt immers dat Ryanair had moeten specificeren welke investeringen zij “in de gegevensverzameling als zodanig” heeft gepleegd. Dat klinkt mij in de oren als het moeten specificeren hoeveel er is geinvesteerd in het verzamelen, controleren en presenteren van de in de gegevensverzameling opgenomen gegevens. In dat geval zouden meer algemene/overkoepelende kosten niet mogen meetellen voor het begrip “substantiele investering”. Daarmee staat het 1-1 voor de specialistische zoekmachine (type 2) en de doorzochte website. Het is afwachten hoe dit leerstuk zich verder ontwikkelt.

Zoekmachine als hulppersoon van de internetter

Verder is de redenering dat Wegolo optreedt als een soort hulppersoon van de internetter wat mij betreft interessant. Wanneer die redenering ook door andere rechterlijke instanties zou worden gehanteerd, dan zouden specialistische zoekmachines van het type 2 namelijk in de regel geen inbreuk plegen op het (eventuele) databankenrecht. Dergelijke zoekmachines doen immers (in technische zin) niets anders dan zoekacties uitvoeren zoals een individuele internetter dat ook zou doen en dergelijk gedrag is, behoudens bijkomende omstandigheden, kennelijk volgens het Gerechtshof Amsterdam geen inbreuk op het databankenrecht of anderszins onrechtmatig. Dit geeft aldus (zeer) veel ruimte voor specialistische zoekmachines.

Binnenkort meer duidelijkheid over ruimte voor specialistische zoekmachines?

Mogelijk komt er binnenkort meer duidelijkheid over die ruimte voor specialistische zoekmachines. Voor zover mij bekend is het hoger beroep inzake Wegener/Innoweb over de zaak Gaspedaal nog steeds aanhangig. Het Gerechtshof Den Haag heeft in een tussenarrest laten weten prejudiciele vragen aan het Hof van Justitie te willen stellen over de uitleg van diverse begrippen uit de Databankenwet. Het is nu afwachten of het inderdaad van het stellen van die vragen komt.

Ten slotte: de geschriftenbescherming

Overigens vraag ik me wel af of het juist is een uitzondering uit het “volledige” auteursrecht, namelijk artikel 24a Auteurswet, toe te passen op de geschriftenbescherming. Op dit moment is onder IE-juristen volop discussie gaande of het bestaan van de geschriftenbescherming uberhaupt (nog) wel in overeenstemming is met Europees recht. Het Gerechtshof laat die discussie voor wat het is door te stellen dat PR Aviation hoe dan ook een beroep toe zou komen op de uitzondering van artikel 24a Auteurswet.

Die uitzondering ziet echter op het openbaarmaken van de verzameling (als geheel) die de databank vormt, of misschien nog beter gesteld: op de structuur van de databank. Auteursrechtelijke beschering van databanken ziet immers niet op de inhoud van die databanken (artikel 3 lid 2 Databankrichtlijn) maar heeft betrekking op “de structuur van de databank” (overweging 15 Databankrichtlijn). Het is mij niet duidelijk hoe het openbaarmaken van een geschrift (of anders gezegd: de inhoud van de databank) te rechtvaardigen zou zijn met een beroep op een uitzondering die ziet op het mogen openbaarmaken van de structuur van een databank. Mogelijk dat dit aspect van het geschil in een eventuele cassatieprocedure nog een vervolg krijgt. Wij houden u op de hoogte.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen