U bent hier: Home > Auteursrecht > Kunstenaar beschermd tegen sloop kunstwerk?
Kunstenaar beschermd tegen sloop kunstwerk?

Kunstenaar beschermd tegen sloop kunstwerk?

Wat is rechtens indien men een kunstwerk wil verwijderen, zonder toestemming van de kunstenaar? Deze vraag ligt vaker voor in juridische procedures. Het komt doorgaans aan op een afweging van belangen van de kunstenaar enerzijds en degene die het kunstwerk verwijderd wil zien anderzijds.

In een recente uitspraak van de Rechtbank te Groningen komt de vraag aan de orde of verwijdering van een kunstwerk uit de publieke ruimte toelaatbaar is. In dit geval gaat het om muurornamenten met neonglas lichtbogen en vier spotlights, bevestigd aan gevels, die een toegangspoort visualiseren. In casu heeft de gemeente Groningen een besluit genomen dat dit ontwerp zou worden verwijderd. De kunstenaar (Milikowski) vorderde een verbod op het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de lichtinstallatie en herstel van het werk.

De rechtbank gaat ervan uit – onder verwijzing vaan rechtspraak en literatuur – dat totale vernietiging van een (auteursrechtelijk beschermd) voorwerp niet valt onder de aantasting van de persoonlijkheidsrechten die voortvloeien uit de Auteurswet. Naar het oordeel van de rechter valt daaronder ook de verwijdering van een kunstwerk uit de publieke ruimte, dat bestemd is daar te worden tentoongesteld.

Is hiermee de rol van de maker uitgespeeld? Neen. De rechtbank oordeelt dat de belangen van de maker aan de beschikkingsmacht van de eigenaar niet steeds ondergeschikt zijn:

“De vernietiging van een exemplaar van een werk kan immers misbruik van zijn bevoegdheid door de eigenaar opleveren in gevallen als in artikel 3:13 lid 2 BW bedoeld, dan wel anderszins onrechtmatig jegens de maker zijn. Ook een derde die een zodanig voorwerp vernietigt, kan daarmee onrechtmatig jegens de maker handelen. (…) Gaat het om unieke exemplaren, zoals in casu het geval, dan kan van de eigenaar onder omstandigheden verlangd worden dat hij slechts dan tot vernietiging overgaat indien daarvoor een gegronde reden bestaan en bij zich de gerechtvaardigde belangen van de maker ten minste in zoverre aantrekt dat hij er desgevraagd voor zorg draagt het bouwwerk behoorlijk te doen documenteren, althans de maker de gelegenheid biedt daartoe zelf het nodige in het werk te stellen.”

Bij de vraag of hiervan sprake is, moet worden geoordeeld of de eigenaar van het werk bij de uitoefening van zijn bevoegdheid (de sloop), in aanmerking nemend de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening van zijn bevoegdheiden het belang (van de kunstenaar) dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Normaliter valt die toets niet snel uit in het voordeel van de maker. Ditmaal wel.

In dit geval is onvoldoende gebleken van omstandigheden waardoor het niet van de gemeente geverd zou kunnen worden het werk in stand te laten en te herstellen. Het enkele feit dat de kosten van onderhoud en herstel van het kunstwerk op termijn hoger uitvallen dan de oprichtingskosten is kennelijk niet een zwaarderwegend belang van de gemeente. Ook de omstandigheden dat meermaals gebreken zijn hersteld en/of van een gebrekkig ontwerp en/of constructie sprake zou zijn, legt kennelijk onvoldoende gewicht in de schaal. Voor zover sprake is (geweest) van vernieling van delen van het werk is dit veroorzaakt door krachten van buitenaf.

De rechter oordeelt dat de belangenafweging in het voordeel van Milikowski moet uitvallen. Het verbod op de verwijdering wordt dus uitgesproken. Ook de vordering tot herstel van dat werk wordt toegewezen omdat het in stand laten van het kusntwerk in de huidige staat is aan te merken als een aantasting van het werk waartegen Milikowski zich kan verzetten op grond van zijn persoonlijkheidsrechten.

Howel de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen (onvoldoende onderbouwd) en de gemeente geen dwangsom krijgt opgelegd (omdat overheidsorganen worden geacht rechterlijke uitspraken na te leven), krijgt de kunstenaar bijna € 10.000,– aan proceskosten toegewezen met een beroep op de volledige proceskostenregeling in IE-zaken.

Joost Becker, advocaat auteursrecht

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen