Home > Auteursrecht > Mag vergelijkingswebsite gegevens uit databank gebruiken?
Mag vergelijkingswebsite gegevens uit databank gebruiken?

Mag vergelijkingswebsite gegevens uit databank gebruiken?

De vergelijkingswebsite voor budgetvliegtickets van PR Aviation haalt haar gegevens via een dedicated zoekmachine uit de online databanken van de budgetvliegmaatschappijen. Ryanair maakt hiertegen bezwaar met een beroep op auteursrecht (geschriftenbescherming) en databankenrecht. De Hoge Raad heeft op 17 januari 2014 een uitspraak in deze procedure gedaan.

Volgens de rechtbank was er geen sprake van een beschermde databank, maar vormde het gebruik door PR Aviation van de vluchtgegevens van Ryanair wel een inbreuk op de auteursrechten van Ryanair omdat haar vluchtgegevens beschermd zijn op grond van zogenaamde “geschriftenbescherming” (niet oorspronkelijke geschriften, zoals telefoongidsen of catalogi, alleen beschermd tegen aantoonbare ontlening).

In hoger beroep volgde het gerechtshof Amsterdam de rechtbank in het oordeel dat Ryanair geen databankenrecht kan doen gelden. Onvoldoende aangetoond is namelijk dat er substantiële geïnvesteerd is in de verkrijging, het controleren en het presenteren van de gegevens in de databank, hetgeen vereist is voor bescherming.

Van een auteursrechtinbreuk (op basis van geschriftenbescherming voor de databank van Ryanair) is volgens het hof echter ook geen sprake. Het hof wijst alle vorderingen van Ryanair dus af. Het Hof pareert het beroep van Ryanair op geschriftenbescherming met een verwijzing naar de artikelen 10 lid 3 en 24a Auteurswet. Het eerste artikel bepaalt dat de structuur van een gegevensverzameling (databank) zelf ook een auteursrechtelijk beschermd werk kan zijn, dus los van de gegevens zelf. Artikel 24a zegt vervolgens dat  het verveelvoudigen van gegevens uit zo’n auteursrechtelijk beschermde gegevensverzameling (databank) in het kader van normaal gebruik door de rechtmatige gebruiker geen auteursrechtinbreuk oplevert. Het auteursrecht op de databank wordt aldus beperkt. Volgens het derde lid van dit artikel is dit een semi-dwingend rechtelijke bepaling waar niet bij overeenkomst van kan worden afgeweken.

Het hof toetst vervolgens of aan de voorwaarden van deze beperking wordt voldaan. Het hof ziet PR Aviation als rechtmatig gebruiker van de databank van Ryanair. De gegevensverzameling is namelijk geen beschermde databank en is vrijelijk toegankelijk via internet voor particulieren, maar ook voor bedrijven die vergelijkingswebsites exploiteren. PR Aviation doet verder niets ongeoorloofd om de gegevens te verkrijgen. Ook is er volgens het hof sprake van normaal gebruik. PR Aviation doet niets anders dan wat de gebruiker van de website zelf ook zou doen. Het overnemen van de boekingsgegevens is in overeenstemming met het doel van Ryanair om de gegevens via internet te verspreiden en bovendien levert de dienst van PR Aviation Ryanair meer klanten op. Of dit oordeel nog houdbaar is sedert het arrest Innoweb/Wegener (Gaspedaal) van HvJEU 19-12-2013 is de vraag (zie ook hierna).

Ryanair beroept zich op overtreding door PR Aviation van de gebruiksvoorwaarden van haar website, die door PR Aviation zijn geaccepteerd. Die voorwaarden bevatten een verbod op commercieel gebruik van de vluchtgegevens. Dat beroep wordt door het hof afgewezen. Contractueel kan immers niet van de beperking op het auteursrecht van artikel 24a worden afgeweken (zie hierboven). Het hof gaat er daarbij van uit dat de database van Ryanair in ieder geval door het auteursrecht beschermd is ofwel als volwaardig auteursrechtelijk werk of wel als niet oorspronkelijk geschrift.

In cassatie bij de Hoge Raad komen twee vraagstukken aan de orden: (i) bestaat er wel geschriftenbescherming voor gegevensverzamelingen en (ii) geldt het verbod op contractuele uitsluiting van de beperking van artikel 24a ook voor niet beschermde databanken.

De Hoge Raad geeft  voor het eerst een duidelijk antwoord op de vraag of er naast het (gewone) auteursrecht een pseudo auteursrecht zou bestaan in de zin van “geschriftenbescherming” (oorspronkelijkheid is niet vereist). In Nederland is “geschriftenbescherming” algemeen erkend  ook voor niet beschermde databanken. Sinds enige jaren wordt wel gediscussieerd of dit niet strijdig is met Europees recht. Thans oordeelt de Hoge Raad, voor het eerst expliciet, dat bescherming van niet oorspronkelijke geschriften niet kan. Een geschrift dient te voldoen aan alle vereiste voor bescherming onder de Auteurswet, dus ook aan het oorspronkelijkheid vereiste. Daarmee is de discussie in de juridische wereld over de geschriftenbescherming  beslecht: “geschriftenbescherming” als een lichtere vorm van het auteursrecht bestaat niet.  Hoewel deze uitspraak gaat over “geschriftenbescherming” op niet beschermde databanken, mag ervan uitgegaan worden dat dit ook geldt voor ander niet oorspronkelijke geschriften.

De database van Ryanair is dus niet auteursrechtelijk beschermd omdat oorspronkelijkheid ontbreekt (dat laatste was door de rechtbank al vastgesteld).

Vervolgens gaat de Hoge Raad nader in op de beperking van de auteursrechtelijke bescherming van een gegevensverzameling (databank) ex artikel 24a Auteurswet. De Hoge Raad buigt zich over de vraag of het verbod op contractuele uitsluiting van die beperking ook geldt voor niet beschermde databanken. In dit geval is namelijk sprake van een gegevensverzameling (databank) die noch door het auteursrecht noch door het databankenrecht wordt beschermd (zie hierboven).

Als het verbod op contractuele uitsluiting van de beperking van normaal gebruik alleen zou gelden voor krachtens databankenrecht en auteursrecht beschermde gegevensverzamelingen zou er op dit punt een – niet direct te verklaren en te rechtvaardigen – verschil ontstaan tussen beschermde en niet beschermde databanken. De Hoge Raad acht het denkbaar dat het verbod op contractuele uitsluiting van een beperking van het normale gebruik door een rechtmatig gebruiker zowel voor beschermde als niet beschermde databanken geldt.

De Hoge Raad oordeelt echter dat deze vraag het Europees geharmoniseerde databankenrecht raakt en stelt daarom een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de EU.

Ik heb de volgende opmerkingen bij dit arrest.

De situatie dat een producent van een niet-beschermde databank het gebruik daarvan contractueel verdergaand kan beletten dan het gebruik van een beschermde databank lijkt in beginsel niet te rijmen met de strekking van het databankenrecht.

De strekking van artikel 24 a Auteurswet (en artikel 3 Databankenwet) is dat de rechtmatige gebruiker van een databank niet mag worden belet normaal gebruik te maken van die databank, ongeacht of die databank is beschermd of niet. Dit kan worden afgeleid uit de ontstaansgeschiedenis van de artikelen 6 en 8 van de Databankenrichtlijn, waarop die artikelen zijn gebaseerd. In het kort komt het erop neer dat een aanvankelijk (expliciet of impliciet) verleend gebruiksrecht op de databank niet naderhand mag worden belet door een beroep op bestaande exclusieve rechten.

Is het dan wel mogelijk om het begrip ‘rechtmatige gebruiker’  op voorhand   contractueel (in gebruiksvoorwaarden) te beperken? Bijvoorbeeld doordat  de gebruiksvoorwaarden inhouden dat de databank alleen voor een bepaalde toepassing (bijv. niet commercieel, privé gebruik) mag worden gebruikt. Of ziet dit begrip louter op andere onrechtmatige vormen van gebruik zoals het doorbreken of omzeilen van technische beveiligingsmaatregelen of andere hinderlijke gedragingen? Deze vraag wordt door de Hoger Raad niet voorgelegd aan het HvJEU. Ik zou menen dat de rechtmatige gebruiker voorafgaande aan het ter beschikking stellen van de databank wel contractueel kan worden gedefinieerd, bijv. beperkt tot bepaalde gebruikshandelingen. Dat is de contractvrijheid van partijen en ook volstrekt gebruikelijk (en wenselijk) in het kader van licentieverlening op IE-rechten. Bij overtreding is er dan sprake van wanprestatie en eventueel ook van inbreuk op het exclusieve recht (bij een licentie op een IE-recht). De voorafgaande beperking kan bijvoorbeeld tot doel hebben om de inkomsten die via de databank worden gegenereerd (uit advertenties op de website) te waarborgen.

In de (door PR Aviation aanvaarde) gebruiksvoorwaarden van Ryanair’s website   staat een beperking van het gebruiksrecht mede om extra inkomsten te genereren via op die website aangeboden aanvullende diensten. Voor zover de latere verbodsvordering niet verder strekt dan die oorspronkelijk overeengekomen beperking zou ik menen dat dit niet in strijd is met doel en strekking van het databankenrecht.

In dit geval zou overigens ook bepleit kunnen worden dat geen sprake is van normaal gebruik door de rechtmatige gebruiker. Artikel 8 lid 2 Databankenrichtlijn (artikel 4 Databankenwet) bepaalt dat de rechtmatige gebruiker van een databank die aan het publiek beschikbaar is gesteld geen handelingen mag verrichten die in strijd zijn met een normale exploitatie van die databank of waardoor ongerechtvaardigde schade wordt toegebracht aan de producent van die databank. Naar analogie zou daarvoor aansluiting kunnen worden gezocht bij ongeoorloofd opvragen en hergebruiken van een (beschermde) databank. Blijkens het arrest van HvJEU 19-12-2013 (Innoweb/Wegener) maakt de vergelijkingswebsite die gebruik maakt van een gespecialiseerde zoekmachine zich schuldig aan ongeoorloofd opvragen en hergebruiken van het geheel of een substantieel deel van een beschermde databank indien:

  • aan de eindgebruiker een zoekformulier ter beschikking stelt dat in wezen    dezelfde functionaliteiten biedt als het formulier van de databank,
  • de zoekopdrachten van de eindgebruikers „realtime” vertaalt naar de zoekmachine van de databank, zodat alle gegevens van deze databank worden doorzocht, en
  • aan de eindgebruiker de gevonden resultaten toont in de opmaak van haar   website, waarbij de doublures tot één item worden samengevoegd, maar in een volgorde die is gebaseerd op criteria die vergelijkbaar zijn met die welke door de zoekmachine van de betrokken databank worden gebruikt om de resultaten weer te geven.

De gebruiker (concurrent) parasiteert aldus op de investeringen in de databank en ontneemt de producent inkomsten uit advertenties op zijn eigen website. Als daarvan sprake is zou gesteld kunnen worden dat dit in strijd is met normaal gebruik, in het bijzonder als commercieel gebruik van de gegevens uit de databank volgens de gebruiksvoorwaarden is verboden.

Het wachten is op het antwoord van het HvJEU op de door de Hoge Raad gestelde vraag. Dat kan enige tijd duren, wij houden u op de hoogte. Alle onduidelijkheden omtetrent het gebruik door vergelijkingswebsites van databanken van derden zullen dan nog niet zijn opgelost.  Mogelijk dat die duidelijkheid er pas komt als er nog meer vragen door het HvJEU worden beantwoord. Ondertussen is behoedzaamheid bij het gebruik door vergelijkingswebsite van gespecialiseerde zoekmachines hoe dan ook aan te raden. En de exploitanten van databanken is te adviseren hun gebruiksvoorwaarden te checken op een eventueel noodzakelijke beperking van het gebruik.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen