Home > Handelsnamen > Inbreuk op merkrecht? Direct belang bij kort geding uitspraak
Inbreuk op merkrecht? Direct belang bij kort geding uitspraak

Inbreuk op merkrecht? Direct belang bij kort geding uitspraak

Uit vaste rechtspraak volgt dat indien er inbreuk wordt gemaakt op een intellectueel eigendomsrecht, de houder ervan automatisch belang heeft bij een uitspraak in kort geding. De rechtbank in Haarlem heeft onlangs uitgemaakt dat dat óók geldt voor de daarmee samenhangende proceskostenvordering.

De rechtbank buigt zich in dit kort geding over de vraag of DE HEREN VAN AMSTEL inbreuk maakt op de merk- en handelsnaam rechten van DE HEEREN VAN AEMSTEL. De eiser maakt ook aanspraak op vergoeding van volledige advocaat- en proceskosten.

De rechtbank oordeelt :

“Een vordering uit hoofde van inbreuk op een merk is naar zijn aard spoedeisend en naar het oordeel van de voorzieningenrechter behoeft voor een (resterende) vordering uit hoofde van proceskosten in een dergelijk geval geen afzonderlijk spoedeisend belang te worden gesteld of te bestaan.”

In lijn met vaste rechtspraak volgt uit deze uitspraak dus dat de inbreuk meteen kan worden bestreden in kort geding. De rechter voegt daar aan toe dat dat dus ook geldt voor een veroordeling in de proceskosten op voet van art. 1019h Rv.

Door de aangesproken partij was weliswaar een zogenoemde onthoudingsverklaring afgegeven, maar daar hoefde de eiser geen genoegen mee te nemen. De rechtbank oordeelt hierover:

“dat HVA, ondanks de getekende onthoudingsverklaring, voldoende belang [heeft] bij haar vordering. HVA wenst een executoriale titel te verkrijgen en een proceskostenveroordeling. [gedaagde sub 2] was bekend met het bestaan van HVA en de door haar gevoerde onderneming uit hoofde van zijn glazenleveranties aan HVA en heeft ervoor gekozen een (nagenoeg) identieke naam te gaan voeren voor gelijksoortige waren voor zijn nieuwe café in Zeist. HVA had en heeft voldoende belang om daartegen op te treden. Voor zover het geschil inmiddels beperkt zou zijn tot de proceskosten kan evenmin worden geoordeeld dat HVA onvoldoende spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Deze vordering vloeit immers voort uit een maandenlang voortslepend conflict dat uiteindelijk door HVA in de vorm van een kort geding aan de rechter is voorgelegd en waar pas na het uitbrengen van de dagvaarding beweging in is gekomen.”

Het talmen door de gedaagde partij komt dus voor haar rekening, ondanks de afgegeven onthoudingsverklaring.

Gedaagde wordt uiteindelijk veroordeeld om de inbreuk op de merk- en handelsnaamrechten van DE HEEREN VAN AEMSTEL te staken en gestaakt te houden, Facebook-profielen te wijzigen, domeinnamen op te heffen, en de advocaat- en proceskosten van ruim € 6.000,– aan de eiser te betalen.

Joost Becker, advocaat merkenrecht

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen