Home > E-commerce > Bewijs vereist dat algemene voorwaarden op de website stonden
Bewijs vereist dat algemene voorwaarden op de website stonden

Bewijs vereist dat algemene voorwaarden op de website stonden

Algemene voorwaarden moeten van toepassing worden verklaard en ter beschikking worden gesteld. In de praktijk wordt dit laatste vaak vergeten, of wordt alleen verwezen naar de website. De rechtbank Oost-Brabant heeft in een vonnis van 14 mei 2014 geoordeeld dat die verwijzing voldoende kan zijn, mits bewezen wordt dat de voorwaarden ten tijde van contracteren daadwerkelijk op de website stonden.

Klassiek IT-geschil: systeem werkt niet goed, veel gesprekken

Tussen Quantaris (leverancier) en een afnemer (anoniem) is een overeenkomst gesloten tot levering van hardware, software en diensten. DIt loopt kennelijk niet goed, want in het vonnis is vermeld dat het systeem regelmatig uitviel en traag was. De afnemer is op een gegeven moment gestopt met het betalen van de rekeningen. Daarop heeft de leverancier de overeenkomst ontbonden. Die ontbinding slaagt echter volgens de rechtbank niet, omdat deze heeft plaatsgevonden nog voordat de nota’s opeisbaar waren. Er zijn vervolgens gesprekken op gang gekomen en op een gegeven moment zijn partijen uit elkaar gegaan.

Leverancier wil openstaande nota’s betaald zien

Quantaris als leverancier wil nu alsnog betaling van de openstaande nota’s. Die vordering wordt grotendeels toegewezen.

Afnemer wil schade vergoed zien

De afnemer wil de schade vergoed zien die is geleden door de late c.q. onjusite oplevering van het systeem. Quantaris stelt dat sprake is van eigen schuld omdat de afnemer een verkeerde internetverbinding zou hebben gebruikt. Dit wordt echter door de rechtbank verworpen:

4.5.2. Uit de producties 5 van Quantaris en 27 van [gedaagde], uit het feit dat Quantaris vanaf 1 juni 2011 is gestopt met het verzenden van facturen en uit hetgeen door [belanghebbende] ter comparitie is verklaard, volgt echter dat de problemen die [gedaagde] ondervond niet althans niet alleen samenhingen met de gebruikte verbinding. Uit voornoemde producties blijkt dat voor Quantaris in november 2010 niet geheel duidelijk was wat de oorzaak van de problemen was. In december 2011 heeft zij aan [gedaagde] medegedeeld dat zij zich niet volledig aansprakelijk acht voor de problemen, hetgeen impliceert dat zij zich in elk geval wel gedeeltelijk daarvoor aansprakelijk acht.

Sterker nog, er komt vast te staan dat de problemen zich bleven voordoen toen ook een alternatieve verbinding van KPN was aangelegd. De rechtbank leidt hier uit af dat wel sprake van fouten in de software moet zijn geweest:

[belanghebbende] heeft verklaard dat hij geen ervaring had met de Ziggo-verbinding en die niet heeft afgeraden en dat Quantaris veranderingen aan het systeem heeft aangebracht waardoor dit steeds beter werd maar dat de problemen niet helemaal werden verholpen. Tussen partijen staat vast dat op 30 juni 2011 een KPN-lijn is aangelegd om te testen of daarop een goede verbinding kon worden aangelegd. [belanghebbende] heeft aanvankelijk verklaard dat er toen geen problemen meer waren maar in reactie op productie 31 van [gedaagde], zijnde een lijst met problemen die een medewerking van [gedaagde] ondervond nadat de KPN-lijn in gebruik was genomen, heeft [belanghebbende] verklaard dat het merendeel van die problemen softwareproblemen leken te zijn, hetgeen op een fout van Quantaris zou duiden.

Op grond van het voorgaande moet worden vastgesteld dat Quantaris geen deugdelijk werkend systeem heeft geleverd aan [gedaagde] en dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting tot het opleveren van een goed functionerend systeem.

Verzuim van leverancier vanwege mislukte ontbinding

De leverancier is volgens de rechtbank in verzuim komen te verkeren, omdat zij met de (mislukte) ontbinding te kennen heeft gegeven niet te willen nakomen. De schadevergoeding is dus in principe toewijsbaar.

Beperking van aansprakelijkheid in FENIT voorwaarden

Quantaris stelt daar echter tegenover dat op de dienstverlening de FENIT-voorwaarden van toepassing zijn, waarin een beperking van aansprakelijkheid is opgenomen. De rechtbank stelt vast dat die voorwaarden tijdig van toepassing zijn verklaard (o.m. door verwijzing in offertes).

FENIT-voorwaarden niet overhandigd, maar verwezen naar website

De FENIT-voorwaarden zijn niet overhandigd bij de offertes. In plaats daarvan is verwezen naar de website. De vraag is of die wijze van kenbaar maken voldoende is.

De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 6:234 en 6:230c BW het voldoende is wanneer algemene voorwaarden “gemakkelijk toegankelijk” zijn op een door Quantaris medegedeeld adres. Quantaris heeft gesteld dat de voorwaarden toegankelijk waren op haar website achter een knop. Zij heeft in dat kader bewijs aangedragen middels schermafdrukken van haar website.

De rechtbank stelt echter vast dat die schermafdrukken een andere website en een andere datum betreffen. Quataris wordt dan ook opgedragen te bewijzen dat de voorwaarden op 31 mei 2010 gemakkelijk toegankelijk waren via haar website. De procedure wordt daarna weer vervolgd.

Slotopmerking

Voor zover mij bekend is dit een van de eerste zaken waarin de vraag aan de orde komt wat “gemakkelijk elektronisch toegankelijk” in de zin van artikel 6:230c BW betekent. Hopelijk wordt het vervolg van deze uitspraak ook gepubliceerd, zodat te zien is hoe hoog de lat ligt qua bewijslast. Onomstotelijk aantonen dat bepaalde voorwaarden vier jaar geleden op een website stonden lijkt me immers moeilijk. Indien aannemelijk maken echter al voldoende is, lijkt het al veel meer haalbaar om dit bewijs te leveren.

Mijn tip voor iedereen die algemene voorwaarden hanteert: voorkom dat je in dergelijke lastige discussies over (de inhoud van) je website en algemene voorwaarden belandt. Overhandig gewoon je algemene voorwaarden voorafgaand aan het contracteren op aantoonbare wijze (bijv. door paraferen).

Het blijft overigens wel de vraag of de Nederlandse wet op dit punt van de algemene voorwaarden helemaal correct in elkaar steekt. Artikel 6:230c BW komt voort uit de dienstenrichtlijn. De dienstenrichtlijn legt o.m. diverse informatieverplichtingen op, waaronder het bekend maken van algemene voorwaarden. Nederlandse parlementariers vroegen zich af hoe die informatieplicht zich verhoudt tot de plicht algemene voorwaarden ter hand te stellen. Daarop is besloten de verplichtingen te integreren, in die zin dat ter hand stellen van algemene voorwaarden voortaan ook mag op de wijze waarop informatie kenbaar mag worden gemaakt als beschreven in de dienstenrichtlijn.

Opvallend is echter dat de dienstenrichtlijn zelf in artikel 3 bepaalt dat de richtlijn geen afbreuk doet aan bestaande regelgeving. Die bestaande regelgeving is onder meer de e-commcerce richtlijn, die bepaalt in artikel 10 lid 3 dat algemene voorwaarden zodanig ter beschikking moeten worden gesteld dat deze kunnen worden opgeslagen en weergegeven. Deze eisen komen niet terug in artikel 6:230c BW. De vraag is dan ook of de eisen in artikel 6:230c BW niet te licht zijn (zeker bij e-commerce transacties). We zullen zien hoe dit zich verder ontwikkelt.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen