Home > Auteursrecht > Vergoeding voor foto’s mag niet worden uitgehold
Vergoeding voor foto’s mag niet worden uitgehold

Vergoeding voor foto’s mag niet worden uitgehold

Moeten fotografen met minder licentie- of schadevergoeding genoegen nemen, omdat hun foto’s vaker worden gebruikt? Nee, zo oordeelt de rechtbank Overijssel. Foto’s worden niet minder waard naarmate ze vaker worden gebruikt.

“Volgens artikel 1 van de Auteurswet heeft [de fotograaf] het uitsluitend (lees: exclusief) recht om de foto openbaar te maken en/of te verveelvoudigen. Anderen mogen deze foto in beginsel niet gebruiken. Het is niet zo dat dit uitsluitende recht telkens een beetje minder wordt, naarmate de auteursrechthebbende meer verveelvoudiging of openbaarmaking toestaat.”

In conflicten over de overname van foto’s zonder toestemming kan dus niet stelling worden betrokken dat een minder hoge royalty verschuldigd is, omdat de foto op meerdere plekken wordt gebruikt of zulk gebruik is toegestaan. Anders gezegd: het recht op een vergoeding voor foto’s mag niet worden uitgehold. Dat blijkt ook uit het feit dat de rechter in casu bij de schade berekening uitgaat van het principe dat per inbreukmakende handeling royalties moeten worden afgerekend:

“In de Europese handhavingsrichtlijn (…) is in artikel 13, lid 1, tweede alinea, sub b, bepaald dat de rechter de schadevergoeding kan vaststellen als een forfaitair bedrag, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalties of vergoeding dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd (…). Dit is per 1 mei 2007 ook zo in de Auteurswet opgenomen. Bij deze meest gerede wijze van schadebegroting staat niet zozeer de hoogte van het bedrag van de feitelijke schade ter discussie, als wel de vraag wat een gangbaar tarief is dat de maker hanteert voor openbaarmaking of verveelvoudiging van zijn werk. (…) De gevraagde schadevergoeding komt de kantonrechter voorts niet bovenmatig voor. De schade voor de inbreuk op het auteursrecht zal dan ook worden vastgesteld op driemaal het bedrag van € 350,00.”

Er wordt bovendien een opslag van 25% toegekend wegens het niet vermelden van de naam van de fotograaf. Hierbij speelt mogelijk ook een rol dat niet onderzocht is wie de fotograaf is. De rechter oordeelt namelijk dat men heeft nagelaten te onderzoeken of de publicatie van de foto inbreuk zou maken op het auteursrecht van de fotograaf. Daarmee loopt men volgens de rechter “het risico dat zij aansprakelijk wordt gehouden voor schade wegens een inbreuk op het auteursrecht en dat risico verwezenlijkt zich nu.”

Joost Becker, advocaat auteursrecht

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen