Home > Algemeen > Cartoon = geen onrechtmatige uitlating
Cartoon = geen onrechtmatige uitlating

Cartoon = geen onrechtmatige uitlating

Eerder werd op deze blog de zaak aangehaald, aangespannen door een in de media bekende advocaat bij de rechtbank Limburg (Maastricht). De rechtbank oordeelde in die zaak dat een cartoon in huis-aan-huisblad De Ster over de advocaat onrechtmatig was en moest worden gerectificeerd. De tekenaar van de cartoon ging daartegen in hoger beroep.

Op 14 juli 2015 oordeelde het Hof Den Bosch in hoger beroep anders. De cartoon is niet onrechtmatig en de tekenaar hoeft geen rectificatie daarvan te publiceren.

Het hof overweegt als volgt:

‘Beoordeeld dient te worden of dit een onrechtmatige uiting is van de kant van appellant [de tekenaar, red.]. In dat verband wordt hier al overwogen, dat tussen partijen niet in geschil is dat het woord ‘louche’ een negatieve betekenis heeft.’

afbeeldingCartoon

‘Daarbij is van belang dat de onderhavige uiting een cartoon is en dus een satirische uiting. Satire is een artistieke uitdrukkingsvorm en een vorm van maatschappelijk commentaar, die door overdrijving en uitvergroting beoogt te provoceren en te stoken. Elke  inmenging in de vrijheid van de kunstenaar of ieder ander (in dit geval: de vrijheid van de cartoonist) om zich op deze manier te uiten, dient met bijzondere zorgvuldigheid te worden bezien.’

‘Voorts dient onderscheid te worden gemaakt tussen feitelijke beweringen en waardeoordelen. Bij feitelijke beweringen kan worden verlangd dat degene die verantwoordelijk is voor die bewering de juistheid of tenminste het bestaan van voldoende aanknopingspunten voor de aannemelijkheid ervan kan aantonen. Een bewijs van de juistheid van waardeoordelen kan niet worden gevraagd. Bij het uiten van waardeoordelen komt aan journalisten een ruime mate van vrijheid toe. Deze vrijheid is overigens niet onbegrensd. Zo dienen de gebruikte bewoordingen niet onnodig grievend te zijn.’

Het hof geeft in het arrest duidelijk aan welke context en feiten het in deze zaak met name van belang vindt en loopt die helder puntsgewijs af om te bepalen of hier de vrijheid van meningsuiting of het recht op bescherming van eer en goede naam voor zou moeten gaan. Daarbij overweegt het onder meer:

‘Het hof is voorts van oordeel dat het opschrift gelezen dient te worden als inleiding op de strekking (“clou”) van de cartoon, uitgedrukt in de tekening in combinatie met de tekstballon. Deze strekking houdt in dat – naar de mening van [appellant] – [geïntimeerde] er als advocaat kennelijk geen moeite mee heeft dat er aangifte tegen hem is gedaan, zolang het publiek maar niet denkt dat hij homo is. Naar het oordeel van het hof is, gelet op het bovenstaande, voldoende kenbaar geweest voor de lezers van De Ster: (i) dat het hier uitsluitend gaat om de mening van [appellant] en (ii) dat die mening de genoemde strekking heeft.’

Uiteindelijk komt het hof dan ook tot de hierboven al genoemde conclusie:

‘Al bovenstaande omstandigheden afwegend, komt het hof tot het oordeel dat de vrijheid van meningsuiting van appellant het zwaarste weegt en dat appellant niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens geïntimeerde [de advocaat, red.]. Derhalve is er geen plaats voor de door [geïntimeerde] gevorderde rectificatie.’

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Scroll To Top