Home > Internetrecht > Reclame-uiting “Dé nummer 1 in …!” toelaatbaar?
Reclame-uiting “Dé nummer 1 in …!” toelaatbaar?

Reclame-uiting “Dé nummer 1 in …!” toelaatbaar?

Mag een adverteerder stellen dat hij de nummer 1 aanbieder is van zijn producten? Of moet dit als vergelijkende reclame onderbouwd kunnen worden? Deze vraag is aan de orde bij de uiting ‘Dé nummer 1 in gebruikte trapliften!’ van Smienk.

Otolift beklaagt zich dat het hier gaat om een meetbare superioriteitsclaim die de gemiddelde consument als waarheid zal opvatten, namelijk dat Smienk gerangschikt objectief vastgesteld ‘als beste uit de bus’ is gekomen. Smienk voert daarentegen aan dat sprake is van een abstracte ongespecificeerde claim, die als overdrijving geldt, en niet letterlijk wordt genomen.

Het oordeel van het College van Beroep, over de beslissing van de Reclame Code Commissie, luidt als volgt:

3. Blijkens het voorgaande wordt in de bestreden uiting de zin ‘dé nummer 1 in gebruikte trapliften!’ niet gespecificeerd of toegelicht op een wijze die suggereert dat Smienk in het kader van een vergelijking met concurrenten en op basis van feitelijke, meetbare elementen zichzelf ‘dé nummer 1 in gebruikte trapliften!’ zou mogen noemen. Evenmin wordt verwezen naar concurrenten en/of marktposities. Ook in de verdere context van de uiting valt niet te lezen dat de zin is bedoeld om een bepaalde, op feiten gebaseerde rangschikking tot uitdrukking te brengen met betrekking tot leveranciers van gebruikte trapliften. Het betreft naar het oordeel van het College slechts een losse, op zichzelf staande mededeling die het karakter heeft van een kernachtige leus. De uiting noopt op grond van het voorgaande niet tot de uitleg dat het om een feitelijke superioriteitsclaim gaat. De gemiddelde consument zal, naar het oordeel van het College, de zin ook niet zo opvatten, maar deze beschouwen als een algemene slogan waarbij sprake is van overdrijving met een subjectief karakter. Dat de uiting niet letterlijk is bedoeld en sprake is van overdrijving, blijkt in het bijzonder uit het ontbreken van enige specificatie in combinatie met het gebruik van een geaccentueerd woord (‘dé’), respectievelijk een woord dat een kampioenspositie lijkt uit te drukken (‘nummer 1’) en het uitroepteken aan het einde van de zin dat de kernachtige leus benadrukt maar verder geen functie lijkt te hebben.

Dit is een tamelijk welwillende lezing van het College, zeker indien de uiting wordt bezien in diens context. Op de betreffende webpagina waarop de uiting staat, is namelijk het rapportcijfer 8,7 vermeld  ‘op basis van 69 beoordelingen’, en op de site wordt voorts de vraag gesteld waarom men dure traplift zou aanschaffen als er een tweedehands beschikbaar is ‘voor een veel lagere prijs’. Ondanks deze (impliciete) vergelijking oordeelt het College dat de uiting een “herkenbare overdrijving” is:

“Een dergelijke wijze van aanprijzen beschouwt het College als toegestane grootspraak, ofwel (in de woorden van de Leidraad voor de ten uitvoerlegging/toepassing van Richtlijn 2005/29/ EG betreffende oneerlijke handelspraktijken:) een subjectieve of overdreven verklaring over de kwaliteiten van een bepaald product die niet letterlijk dient te worden genomen.”

In dit geval ontspringt de adverteerder dus de dans; het publiek zal de uiting niet opvatten als feitelijke superioriteitsclaim en niet al te letterlijk nemen. De uiting wordt dus niet in strijd geacht met de Nederlandse Reclame Code.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen