Home > Auteursrecht > Over de vordering tot rectificatie
Over de vordering tot rectificatie

Over de vordering tot rectificatie

Onrechtmatige uitlatingen, ongewenste media-aandacht en inbreuk op intellectuele eigendomsrechten kunnen worden tegengegaan door een rectificatie te vorderen. Doel van een rectificatie is om zover mogelijk onjuistheden recht te zetten, de smet op de reputatie te herstellen of het publiek te informeren dat er namaak in omloop is. Rectificaties worden veelal in kort geding gevorderd, op verbeurte van een dwangsom.

Juridische basis voor rectificaties

De wettelijke basis van de vordering tot rectificatie vormt primair lid 1 van artikel 6:167 BW, dat luidt:

“Wanneer iemand krachtens deze titel jegens een ander aansprakelijk is ter zake van een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard, kan de rechter hem op vordering van die ander veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie op een door de rechter aan te geven wijze.”

Hieruit blijkt reeds dat het moet gaan om onjuiste of onvolledige uiting die bij rectificatie wordt rechtgezet.

Bij misleidende en vergelijkende reclame is dit ook expliciet in de wet opgenomen. Artikel 6:196 Burgerlijk Wetboek luidt als volgt: “Indien iemand door het openbaar maken of laten openbaar maken van een in artikel 194 omschreven mededeling of een ongeoorloofde vergelijkende reclame aan een ander schade heeft toegebracht of dreigt toe te brengen, kan de rechter hem op vordering van die ander niet alleen het openbaar maken of laten openbaar maken van zodanige mededeling of zodanige ongeoorloofde vergelijkende reclame verbieden, maar ook hem laten veroordelen tot het op een door de rechter aangegeven wijze openbaar maken of laten openbaar maken van een rectificatie van die mededeling of die ongeoorloofde vergelijkende reclame.” Het is dus mogelijk om tegen de adverteerder van misleidende reclame en ongeoorloofde misleidende vergelijkende reclame een rectificatie te eisen.

Op grond van vaste rechtspraak (alsook artikel 6:162 BW en 3:296 BW) wordt aangenomen dat ook bij o.a. merk-, handelsnaam en auteursrechtinbreuk het instellen van een rectificatievordering mogelijk is.

Doel van de rectificatie

In een belangrijk arrest in 2007 heeft de Hoge Raad het doel van de vordering tot rectificatie bevestigd. In deze zaak (over een nodeloos diffamerende uitlating) had degene die tot rectificatie is veroordeeld er teksten bijgeschreven. Dit kon niet door de beugel. Het oordeel van de Hoge Raad luidt als volgt:

Het gaat in dit geding om de vraag of [eiser], door commentaar toe te voegen aan de door de voorzieningenrechter gelaste rectificatie, behoorlijk uitvoering heeft gegeven aan het desbetreffende rechterlijk bevel, waaraan een dwangsom was verbonden. Beantwoording van deze vraag dient plaats te vinden door hetgeen ter uitvoering van het veroordelend vonnis is verricht, te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Bij die uitleg dient het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te worden genomen in dier voege dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (HR 20 mei 1994, nr. 15330, NJ 1994, 652).

3.4 In deze zaak heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de uitlatingen van [eiser] onrechtmatig waren jegens [verweerder], ongeacht het antwoord op de vraag of de verwijten van [eiser] gegrond waren. Het gaat hier dus om uitlatingen die, ongeacht het waarheidsgehalte daarvan, onrechtmatig zijn geacht vanwege de nodeloos diffamerende wijze waarop de daarin geformuleerde mening is geuit. Het doel van de rectificatie was daarom de smet die op de reputatie van [verweerder] is geworpen, zoveel mogelijk te herstellen. Wilde dit doel worden bereikt, dan mocht de rectificatie niet worden gevolgd of voorafgegaan door mededelingen en/of commentaar waardoor de reputatie van [verweerder] opnieuw in diskrediet zou worden gebracht, omdat daardoor de rectificatie zou worden ontkracht. Het onderhavige bevel, naar doel en strekking uitgelegd, impliceerde dus uit zijn aard een zekere beperking van het in art. 7 Grondwet en 10 EVRM gewaarborgde recht op vrijheid van meningsuiting. Deze beperking is bij wet voorzien (gelet op de artikelen 3:296, 6:162 en 6:167 BW), en zij is om de voormelde reden in een democratische samenleving nodig in het belang van de bescherming van de goede naam van anderen. Gelet op enerzijds het gewicht dat in een democratische samenleving toekomt aan het recht op vrijheid van meningsuiting en de daarmee verband houdende, in art. 10 lid 2 EVRM besloten liggende, eis dat een beperking daarvan proportioneel moet zijn aan het daarmee nagestreefde doel, en anderzijds op de uit de rechtszekerheid voortvloeiende eis dat het bevel voldoende duidelijk moet zijn afgebakend, moet worden aangenomen dat slechts van een ontkrachting van de rectificatie kan worden gesproken wanneer in redelijkheid niet kan worden betwijfeld dat de toegevoegde mededelingen en/of commentaar dat gevolg hebben.

3.5 Het hof heeft vastgesteld dat de in zijn arrest aangeduide passages in het begeleidend commentaar dat onderdeel uitmaakt van de op 12 september 2004 door [eiser] verzonden brief, de kennelijke strekking hebben de geadresseerden ervan te doordringen dat [eiser] nog steeds achter zijn brief van 24 mei 2004 staat, en dat de rectificatie door de toevoegingen volledig is ontkracht. Deze oordelen worden door de middelen op zichzelf niet bestreden, zodat zij in cassatie mede tot uitgangspunt dienen. Dit leidt ertoe dat alle klachten die door de middelen naar voren worden gebracht, afstuiten op hetgeen hiervoor in 3.3 en 3.4 is overwogen.

Plaatsing van de rectificatie

Hoewel de rechter (grote) vrijheid heeft om de rectificatie te redigeren, en in beginsel het mindere mag toewijzen als het meerdere is gevorderd, is het van groot belang om vooraf goed na te denken over de vordering tot plaatsing van de rectificatie. Voorkomen moet worden dat het middel erger is dan de kwaal, en de plaatsing van de gevorderde rectificatie-tekst niet opnieuw wonden openrijt.

Indien de vordering tot rectificatie inderdaad gerechtvaardigd is, dient ment zich onder meer af te vragen: in welke medium? Welke tekst? In welke vorm? Hoe lang? Van belang is om nauwgezet af te bakenen hoe de rectificatie precies moet worden geplaatst. Het kan daarbij ook verstandig zijn om te vorderen – indachtig het voornoemde Hoge Raad-arrest – te vorderen dat bijschrijvingen niet toegestaan zijn.

Recentelijk heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland voornoemd arrest toegepast in een zaak waarin gedaagde was veroordeel tot plaatsing van een rectificatie op een online internet-forum, beeldvullend gedurende 3 maanden. Er werd een dwangsom van 500 euro per dag opgelegd, met een maximum van 50.000 euro. Gedaagde overtrad vervolgens het gebod tot rectificatie, aldus het oordeel van de rechtbank:

Naast het feit dat, zoals erkend, de rectificatie niet beeldschermvullend was, heeft [eiser] de volgende aanvullende tekst bij de rectificatie geplaatst:

“Let wel. Dit is omdat een gerechtelijke uitspraak dit vereist en niet omdat ik het eens ben met deze gerechtelijke dwaling. Of omdat ik van mening ben dat mijn woorden in strijd zijn met de waarheid. Een hoger beroep tegen deze uitspraak zal zeker volgen. Deze rectificatie is geplaatst op 23-01-2014 om 23.54 uur en zal op 23-04-2014 om 23.54 uur weer verwijderd worden.”

Met het plaatsen van deze aanvullende tekst heeft [eiser] niet voldaan aan het onder 5.4. opgelegde gebod omdat de rectificatie naar het oordeel van de voorzieningenrechter afbreuk doet aan de boodschap die het gebod beoogde.

De dwangsommen zijn dus verbeurd en kunnen geïncasseerd worden. In dit geval stond geen hoger beroep meer open tegen het vonnis, dat uitvoerbaar bij voorraad was verklaard. Overigens diende gedaagde zich ook te onthouden van het doen van onrechtmatige uitlatingen op websites en sociale media zoals Facebook en Twitter.

Conclusies over de vordering tot rectificatie

De wet biedt veel mogelijkheden om, in verschillende soorten zaken, een rectificatie te eisen. Bij een gerechtvaardigde aanspraak tot rectificatie dient vooraf goed te worden gelet op het doel en de strekking daarvan, alsmede op hoe de plaatsing van de rectificatie precies gevorderd wordt. Indien een veroordeling tot rectificatie volgt, dient de gedaagde partij deze nauwgezet op te volgen. Anders loopt hij het risico op het verbeuren van dwangsommen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen