Home > IT Recht > KPN draait op voor schade wegens onrechtmatig verwijderen persoonsgegevens
KPN draait op voor schade wegens onrechtmatig verwijderen persoonsgegevens

KPN draait op voor schade wegens onrechtmatig verwijderen persoonsgegevens

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 1 september j.l. KPN in een privacyrechtelijke procedure veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding, omdat door de vernietiging van bepaalde persoonsgegevens de wederpartij in bewijsnood was gekomen terwijl hij met dat bewijs vermoedelijk zijn zaak gewonnen zou hebben.

Geschilde over dure sms’jes

Het betreft een geschil tussen een Belgische man en KPN Callfactory B.V. (hierna kortweg KPN). De man heeft in 2009 naar aanleiding van een contactadvertentie een sms gestuurd naar een bepaald nummer. Daarop kwam vervolgens uitgebreide correspondentie op gang van betaalde sms’jes. In totaal zijn 1126 berichten ontvangen en verzonden, tegen 1,50 euro per bericht.

Belgische kosten al gecrediteerd

Het sms-verkeer was gericht aan twee shortcodes. Een van de twee shortcodes werd beheerd door het Belgische Proximus. Naar aanleiding van een klacht van de man heeft die provider de kosten gecrediteerd, omdat bij de sms-dienst niet was voldaan aan de daarvoor geldende richtlijnen.

KPN weigerde gebruikshistorie aan te leveren

De andere shortcode werd beheerd door KPN. De man heeft in dat kader bij KPN meermalen een verzoek ingediend om zijn gebruikshistorie met betrekking tot die shortcode aan te leveren. KPN weigerde die gegevens echter aan te leveren.

Beroep bij rechtbank en hoger beroep bij Gerechtshof

Daarop is de man een verzoekschriftprocedure gestart bij de rechtbank. Deze heeft de man verloren. Vervolgens is hij, zonder advocaat, in hoger beroep gegaan bij het Gerechtshof. In die laatste procedure is nu uitspraak gedaan.

Hof: geen advocaat nodig

Het Hof stelt eerst ambtshalve vast dat op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens een verzoekschrift niet door een advocaat ingediend hoeft te worden. De man is dus ontvankelijk.

5. Ambtshalve overweegt het hof dat artikel 46 Wbp niet meebrengt dat, in een procedure op de voet van deze bepaling in hoger beroep, het beroepschrift moet worden ingediend door een advocaat (in dezelfde zin Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BR3020). Dat het beroepschrift van [verzoeker] niet door een advocaat is ingediend doch door hemzelf, staat dus niet aan de ontvankelijkheid van zijn beroep in de weg.

Hof: KPN wel degelijk de partij om te betrekken

KPN had zich verder kennelijk verweerd met de stelling dat zij ten onrechte was gedagvaard. Als ik de uitspraak goed begrijp, heeft KPN het standpunt ingenomen dat de (sms) bedrijfsactiviteiten zijn verkocht aan CM Group en dat dus CM Group gedagvaard had moeten worden.

Het Hof gaat hier echter niet in mee. KPN heeft zelf namelijk ook verklaard dat de in dit geval opgevraagde gegevens al lang en breed voor die bedrijfsoverdracht waren gewist. CM Group heeft die historische gegevens – volgens KPN zelf – dus nooit ontvangen. Daar kan CM dus volgens het Hof ook nooit verantwoordelijk voor zijn.

Terzijde merkt het Hof nog op dat het wel vreemd is dat KPN bij de rechtbank nog heeft aangeboden de gegevens te verstrekken, terwijl zij al wist dat deze waren verwijderd.

Hof: telefoonnummer wel degelijk persoonsgegeven

Verder heeft KPN zich verweerd met de stelling dat het telefoonnummer van de Belgische man geen persoonsgegeven is, omdat deze man geen abonnee van haar is en zij dus niet weet wie er achter dit nummer schuilt gaat. Deze wel heel enge opvatting van het begrip persoonsgegeven wordt door het Hof eenvoudig weerlegd. Ter zitting heeft KPN namelijk bevestigd dat zij contact zou kunnen opnemen met de Belgische provider om die identificatie alsnog uit te voeren. Dat maakt dat het telefoonnummer wel degelijk een persoonsgegevens is en dus dat de Wbp van toepassing is.

11. Ter zitting heeft KPN verklaard dat zij, door contact op te nemen met Proximus met het verzoek om de identiteit kenbaar te maken, de identiteit van een abonnementhouder van Proximus kan achterhalen alsmede dat Proximus die identiteitsgegevens dan aan KPN zal en mag verstrekken zonder dat daarbij privacyrechtelijke bezwaren spelen. Zij heeft niet gesteld dat een dergelijk verzoek een onevenredige inspanning zou opleveren. Volgens KPN gebeurt het in de praktijk echter nooit.

12. Gelet op deze verklaringen ter zitting moet in de onderhavige zaak worden aangenomen dat de persoon achter telefoonnummer [telefoonnummer A] wel identificeerbaar was voor KPN, en dat de door [verzoeker] opgevraagde gegevens dus persoonsgegevens zijn als bedoeld in (artikel 1 van) de Wbp. Grief 3 slaagt.

Hof: Telecommunicatiewet staat niet aan inzage in eigen gegevens in de weg

KPN had zich verder nog beroepen op artikel 11.2 Telecommunicatiewet. Dit artikel verplicht telecomaanbieders om de privacy van abonnees en gebruikers te borgen. Dat artikel kan volgens het Hof  logischerwijs echter niet aan inzage in eigen gegevens in de weg staan.

Het beroep van KPN op artikel 11.2 Telecommunicatiewet doet daar niet aan af. Niet valt in te zien waarom privacyregelgeving zou verhinderen dat iemand zijn eigen gegevens inziet.

Hof: inzage onmogelijk, gegevens hadden niet vernietigd mogen worden

Het Hof overweegt vervolgens dat het weinig zinvol is het verzoek van de man tot inzage in de persoonsgegevens toe te wijzen, nu die gegevens vernietigd zijn. Het Hof overweegt daarbij echter ook uitdrukkelijk dat KPN die gegevens niet had mogen vernietigen.

14. Bij een bevel om de gegevens mee te delen heeft [verzoeker] evenwel geen belang meer nu (moet worden aangenomen dat) de gegevens zijn vernietigd. Naar het oordeel van het hof had KPN de gegevens echter niet mogen vernietigen nu vast staat dat [verzoeker] zich in de loop der tijd vanaf april 2010 meermaals tot KPN heeft gewend met het verzoek om een volledig overzicht van de sms-historie van zijn telefoonnummer met de shortcodes 3188 en 7226. Vast staat dat hij dit laatstelijk aan KPN heeft verzocht bij brief van 10 april 2014, terwijl moet worden aangenomen dat KPN de gegevens in mei/juni 2014 heeft vernietigd.

Hof: schadevergoeding mogelijk in verzoekschriftprocedure

Onder verwijzing naar allerlei wetsgeschiedenis oordeelt het Hof dat het mogelijk is om in een verzoekschriftprocedure op grond van de Wbp een schadevergoeding te vorderen:

Het voorgaande in aanmerking nemende, moet naar het oordeel van het hof worden aangenomen dat proceseconomie en effectiviteit van de Wbp meebrengen dat een verzoek tot schadevergoeding (ook) kan worden meegenomen in de verzoekschriftprocedure ex artikel 46 Wbp.

Hof: KPN moet schade vergoeden

Het Hof oordeelt vervolgens dat KPN de schade aan de man moet vergoeden. Als KPN de gegevens niet had vernietigd, was namelijk aannemelijk geworden dat Proximus de kosten voor het sms-verkeer zou hebben gecrediteerd. Het gaat dan overigens wel alleen om de ontvangen sms’jes en niet over de verzonden sms’jes, omdat volgens het Hof “algemeen bekend is dat men voor het verzenden van sms-berichten moet betalen en het eerste sms-bericht ook melding maakte van het tarief“.

Slotopmerking

De uitspraak is interessant omdat deze een concreet voorbeeld geeft van schade die kan worden geleden door een onrechtmatige verwerking (i.c. verwijdering) van persoonsgegevens. Ook laat de uitspraak zien dat consumenten die schade relatief laagdrempelig (want zonder advocaat en met relatief lage griffierechten) op de verantwoordelijke kunnen verhalen. Een reden te meer voor alle verantwoordelijken om alle inzage- en correctieverzoeken uiterst serieus te behandelen.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen