Home > Auteursrecht > Hof van Justitie erkent morele schadevergoeding bij IE-inbreuk
Hof van Justitie erkent morele schadevergoeding bij IE-inbreuk

Hof van Justitie erkent morele schadevergoeding bij IE-inbreuk

Kan men immateriële schadevergoeding vorderen bij inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, naast vermogensschade? Ja, aldus een recent arrest van het Europees Hof van Justitie.

Dit oordeel is gewezen in een zaak waarin fragmenten van regisseur, scenarioschrijver en producent Liffers zijn gebruikt in een audiovisuele documentaire over kinderprostitutie in Cuba, waarin strafbare activiteiten worden getoond die met een verborgen camera waren opgenomen. Deze documentaire bevatte een aantal fragmenten uit het werk ‘Dos patrias, Cuba y la noche’ van Liffers, zonder dat aan Liffers toestemming was gevraagd hiervoor.

Aan het Hof van Justitie is de vraag gesteld of de Handhavingsrichtlijn ruimte laat voor de vergoeding van morele schade naast vermogensschade, ook al staat dat niet expliciet in de Handhavingsrichtlijn IE (richtlijn 2004/48):

‘dat daarin weliswaar geen melding wordt gemaakt van de morele schade als element waarmee de rechterlijke instanties rekening moeten houden bij de vaststelling van de aan de rechthebbende te betalen schadevergoeding, maar evenmin wordt uitgesloten dat dit soort schade in aanmerking wordt genomen. Deze bepaling, die voorziet in de mogelijkheid om de schadevergoeding als een forfaitair bedrag vast te stellen op basis van „ten minste” de daarin vermelde elementen, staat immers toe dat bij de vaststelling van dit bedrag andere elementen in overweging worden genomen, zoals in voorkomend geval de vergoeding van de aan de rechthebbende berokkende morele schade’

Een partij die inbreuk pleegt op intellectuele eigendomsrechten, zoals auteursrechten, merkrechten of modelrechten, dient een „passende” schadevergoeding te betalen „tot herstel van de schade die deze wegens de inbreuk [werkelijk] heeft geleden”. Morele schade, zoals afbreuk aan de reputatie van de auteur van een werk, mits die schade is bewezen, maakt volgens het Hof deel uit van de door  werkelijk geleden schade.

Kortom, de rechthebbende heeft niet alleen recht op schadevergoeding berekend op basis van het bedrag aan royalty’s of vergoedingen die normaliter zouden verschuldigd zijn voor het gebruik van het intellectuele-eigendomsrecht (de materiële schade dus), maar ook morele schade wanneer deze rechthebbende werkelijk deze schade heeft geleden.

Er dient altijd gekeken te worden naar de specifieke kenmerken van het geval en de positie van de rechthebbende, aldus het Hof, met dien verstande dat ‘de te betalen schadevergoeding moet beogen hem integraal herstel van de door hem werkelijk geleden schade te waarborgen, door daaronder ook eventuele morele schade te begrijpen’. Deze immateriële schadepost komt “bovenop” de eventuele materiële schade.

Joost Becker, advocaat intellectuele eigendom

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen