Home > Privacyrecht > Op het niet hebben van een bewerkersovereenkomst staat geen boete
Op het niet hebben van een bewerkersovereenkomst staat geen boete

Op het niet hebben van een bewerkersovereenkomst staat geen boete

Sinds januari kunnen, onder voorwaarden, stevige boetes worden opgelegd voor overtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Ook is de meldplicht datalekken sinds januari van kracht. Om die reden moe(s)ten bestaande bewerkersovereenkomsten worden aangepast. Bij sommige mensen is (hierdoor?) het beeld ontstaan dat op het niet hebben van een bewerkersovereenkomst een boete staat. Dit beeld wordt versterkt door het marketingmateriaal van sommige (juridisch) adviesbureaus. Dat is niet terecht.

Bewerkersovereenkomst

De verplichting een bewerkersovereenkomst te sluiten staat in artikel 14 Wbp. Of iets preciezer uitgedrukt: de verplichting bepaalde elementen van de met een bewerker gemaakte afspraken schriftelijk vast te leggen, staat in artikel 14 Wbp. Welke elementen dat zijn heb ik in een ander recent bericht uiteengezet.

Boetebevoegdheid

De boetebevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens staat in artikel 66 Wbp. De boete waar vooral over wordt gesproken, die van maximaal 820.000 euro per overtreding, staat in lid 2 van dit artikel. Dit artikellid luidt als volgt:

Het College kan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 8, 9, eerste en vierde lid, 10, eerste lid, 11 tot en met 13, 16, 24, 33, 34, eerste, tweede en derde lid, 34a, 35, eerste lid, tweede volzin, tweede, derde en vierde lid, 36, tweede, derde en vierde lid, 38 tot en met 40, tweede en derde lid, 41, tweede en derde lid, 42, eerste en vierde lid, 76, 77 of 78, derde en vierde lid, alsmede van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 23, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.

Geen verwijzing naar bewerkersovereenkomst in boete-artikel

Zoals u zelf kunt nalezen wordt er in artikel 66 niet verwezen naar artikel 14 Wbp. Er staat dus geen bestuurlijke boete op het niet sluiten van een bewerkersovereenkomst.

Wel last onder dwangsom mogelijk

Het voorgaande laat onverlet dat de Autoriteit Persoonsgegevens wel een last onder dwangsom zou kunnen opleggen. In dat geval krijgt u een bepaalde termijn om alsnog een bewerkersovereenkomst te sluiten. Gedurende die eerste termijn verbeurt u nog geen geld (artikel 5:32a Awb). Heeft u na die eerste termijn nog steeds geen bewerkersovereenkomst gesloten, dan verbeurt u een bepaald bedrag per periode waarin niet aan de last wordt voldaan (bedrag en periode staan in de last vermeld). Dat bedrag kan behoorlijk oplopen (doch binnen de kaders van de redelijkheid, zie artikel 5:32b Awb). Tegen een opgelegde last onder dwangsom kunnen uiteraard rechtsmiddelen worden aangewend.

Overige beperkingen boetebevoegdheid

Op de overtreding van veel (maar niet alle) andere artikelen uit de Wbp staat, zoals u kunt lezen, wel een boete. Dat laat onverlet dat aan de boetebevoegdheid nog wel wat beperkingen zitten. Ik heb daarover eerder op dit weblog geschreven en dit later nog verder uitgewerkt in een artikel in P&I. Veel van wat u elders leest over de boetebevoegdheid verdient dus wel enige nuance.

Vragen?

Heeft u vragen over de bewerkersovereenkomst of over de boetebevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens? Neem dan contact op.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen