Home > Auteursrecht > Europese raad neemt Richtlijn Bedrijfsgeheimen aan
Europese raad neemt Richtlijn Bedrijfsgeheimen aan

Europese raad neemt Richtlijn Bedrijfsgeheimen aan

Al eerder berichtten wij over de komst van de nieuwe Richtlijn Bedrijfsgeheimen. De inwerkingtreding daarvan zal niet lang meer op zich laten wachten, nu de Raad het voorstel heeft aangenomen. Het gaat om de Richtlijn betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan. Verdergaande bescherming van innovatie wordt daarmee mogelijk gemaakt.

Niet alleen technologische kennis maar ook handelsgegevens zoals informatie over klanten en leveranciers, bedrijfsplannen, en marktonderzoek en marktstrategieën en dergelijke worden bestreken door de nieuwe richtlijn. Tegelijk wijst de preambule van de richtlijn erop dat innovatieve bedrijfsmodellen vaak gebaseerd zijn op het gebruik van kennis die door verschillende partijen is gecreëerd. Gezamenlijk onderzoek, met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking, leidt tot groei. Bedrijfsgeheimen vormen een van de meest gebruikte manieren waarop bedrijven intellectuele schepping en innovatieve knowhow beschermen. Toch worden ze door het bestaande rechtskader van de Unie het minst beschermd tegen de onrechtmatige verkrijging of openbaarmaking of onrechtmatig gebruik door andere partijen, aldus de richtlijntekst. Daar komt nu dus verandering in.

Wat is een bedrijfsgeheim?

In de door de Raad aangenomen tekst luidt de definitie van Bedrijfsgeheimen als volgt:

“bedrijfsgeheim”: informatie die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:

a) de informatie is geheim in die zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;

b) de informatie bezit handelswaarde omdat zij geheim is; en

c) de informatie is door de persoon die rechtmatig daarover beschikt onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te houden;

De houder van een bedrijfsgeheim kan tegen inbreukmaker (degene die een bedrijfsgeheim onrechtmatig heeft verkregen, gebruikt of openbaar gemaakt) optreden. Ook kunnen “inbreukmakende goederen” worden tegengehouden, d.w.z. goederen waarvan het ontwerp, de kenmerken, de werking, het productieproces of het in de handel brengen aanzienlijk baat hebben bij bedrijfsgeheimen die onrechtmatig zijn verkregen, gebruikt of openbaar gemaakt.

Het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken van bedrijfsgeheimen

Onrechtmatige verkrijgingen van bedrijfsgeheimen houdt in dat er sprake is van een verkrijging in strijd zijn met de eerlijke handelspraktijken, of als iemand zich onbevoegde toegang verschaft tot het bedrijfsgeheim en/of deze toe-eigent of kopieert. Denk dan aan documenten, voorwerpen, materialen, substanties of elektronische bestanden die het bedrijfsgeheim bevatten.

Gebruik of openbaarmaking van een bedrijfsgeheim is onrechtmatig indien: a) het bedrijfsgeheim op onrechtmatige manier verkregen is, b)inbreuk wordt gemaakt op een geheimhoudingsovereenkomst of een andere verplichting tot het niet openbaar maken van het bedrijfsgeheim; c) men inbreuk maakt op een contractuele of andere verplichting tot beperking van het gebruik van het bedrijfsgeheim. Hierbij moet met name aan schending van een NDA of non-disclosure agreements gedacht worden. Echter, arbeidsovereenkomsten kunnen dergelijke geheimhoudingsbedingen eveneens bevatten.

Ook indien een (rechts)persoon had moeten weten dat het bedrijfsgeheim direct of indirect werd verkregen van een andere persoon die het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige manier gebruikte of openbaar maakte, handelt onrechtmatig jegens de houder van het bedrijfsgeheim.

“Inbreukmakende goederen”

Het produceren, aanbieden of in de handel brengen van inbreukmakende goederen wordt ook als onrechtmatig gebruik van een bedrijfsgeheim beschouwd. Dat is het geval wanneer de rechtspersoon die dergelijke activiteiten uitvoert, wist of, gezien de omstandigheden, had moeten weten dat het bedrijfsgeheim onrechtmatig werd gebruikt. Dit is een zeer ruime definitie. Goederen die worden geproduceerd door het gebruikmaking van het bedrijfsgeheim kunnen van de markt gehaald worden.

Rechtsmaatregelen en -vorderingen

De lidstaten zijn verplicht onder de nieuwe richtlijn om “maatregelen, procedures en rechtsmiddelen” vast te stellen, zoals de mogelijkheid om een civiele vordering in te stellen. Deze maatregelen moeten billijk zijn, maar niet onnodig ingewikkeld of duur zijn, en geen onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen inhouden. Ten slotte moeten de maatregelen doeltreffend en afschrikkend zijn. Misbruik van deze rechtsmiddelen is niet toegestaan.

De richtlijn noemt de volgende maatregelen, op kosten van de inbreukmaker:

– stakingsvorderingen
– verbodsvordering

– productie verbod
– beslag
– bewijsbeslag
– afgifte van inbreukmakende goederen
– terugroeping of recall van de inbreukmakende goederen
– vernietiging van documenten, voorwerpen, materialen, substanties of elektronische bestanden die het bedrijfsgeheim bevatten of de overhandiging aan de eiser
– schadevergoeding
– naming and shaming

Het is aannemelijk dat deze maatregelen in Nederland veelal in kort geding worden gevorderd.

Verjaring

Er komt een nieuwe verjaringstermijn in de wet. De duur van de verjaringstermijn bedraagt maximaal zes jaar voor vorderingen, maatregelen, procedures en rechtsmiddelen als bedoeld in de richtlijn Bedrijfsgeheimen.

Gerechtelijke procedures

Een probleem in procedures over bedrijfsgeheimen is dat men de rechter ervan moet overtuigen, met een voldoende mate van zekerheid, dat een bedrijfsgeheim bestaat en de eiser ervan houder is, alsmede dat er sprake is van onrechtmatig gebruik van het bedrijfsgeheim of zulks dreigt. Daartoe zal men al snel (het bestaan van) geheimen informatie moeten (aan)tonen. Arbitrageprocedures hebben vaak wel beschermingsconstructies, maar rechterlijke uitspraken zijn in beginsel openbaar. De richtlijn adresseert dit probleem. Volgens de richtlijn kunnen partijen in een procedure de rechter namelijk verzoeken om bepaalde stukken in een procedure als vertrouwelijk aan te merken. Partijen, hun advocaten of andere functionarissen moete deze geheim houden. Deze geheimhoudingsverplichting voor bedrijfsgeheimen blijft van kracht na beëindiging van de gerechtelijke procedures.

In de procesgang kunnen rechters met toepassing van de richtlijn bovendien bepalen dat toegang tot de documenten met (vermeende) bedrijfsgeheimen wordt gelimiteerd, of dat hoorzittingen waarin die bedrijfsgeheimen aan de orde komen wordt beperkt. De rechtbanken kunnen ook een niet-vertrouwelijke versie van rechterlijke uitspraken ter beschikking te stellen aan derden waarin de delen die de bedrijfsgeheimen bevatten, zijn geschrapt of bewerkt.

 

Joost Becker, advocaat intellectuele eigendom

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen