Home > Auteursrecht > Bouwstop vorderen op grond van auteursrecht?
Bouwstop vorderen op grond van auteursrecht?

Bouwstop vorderen op grond van auteursrecht?

Indien de fee van de architect niet wordt betaald, kan er dan een bouwstop gevorderd worden? Welk belang prevaleert hier, dat van de architect bij bescherming van zijn auteursrecht op het ontwerp of het belang van het finaliseren van het project? Deze vragen speelden in een recente procedure tussen Klous + Brandjes Architecten en Bot Bouw. De kwestie ging over de realisatie van een appartementencomplex genaamd De Groene Linten. Daarbij komt ook de toepassing van de DNR-voorwaarden aan de orde.

Korte voorgeschiedenis

VBK heeft aan Klous + Brandjes Architecten opdracht gegeven tot het ontwerpen en ontwikkelen van het appartementencomplex. Op die opdracht zijn de standaard algemene voorwaarden gehanteerd door architecten, De Nieuwe Regeling (hierna: DNR) van toepassing. VBK heeft met Pré Wonen gecontracteerd om de realisatie van het project uit te voeren. Bot Bouw heeft op haar beurt een overeenkomst gesloten met Pré Wonen ter verdere uitvoering van de bouw van de appartementen in het project De Groene Linten door middel van een “Akte van contractoverneming”, waarin zij zich er jegens Pré Wonen toe heeft verbonden de bouw van het werk te voltooien. Een maand voor de ‘Akte van contractoverneming’ is VBK failliet gegaan. De architect vordert nu een bouwstop, omdat één van de facturen van de architecten in verband met de uitgevoerde werkzaamheden voor het project door VBK niet is voldaan.

Afbouwen en auteursrecht

De architecten stellen zich op het standpunt dat met het afbouwen van het project inbreuk wordt gemaakt op auteursrechten. Dit roept de vraag op: wat is afbouwen auteursrechtelijk gezien? De rechter oordeelt daarover het volgende:

Onweersproken staat vast dat het ontwerp voor het appartementencomplex van De Groene Linten van Klous + Brandjes Architecten een werk is in de zin van de Auteurswet (hierna: Aw) waaraan auteursrechtelijke bescherming toekomt. Ook alle voor de verwezenlijking van het ontworpen appartementencomplex vereiste tekeningen vallen, gelet op artikel 45 van de toepasselijke voorwaarden, zoals vermeld onder 2.5, onder het bereik van haar auteursrecht. Voorts geldt dat het (af-)bouwen van het appartementencomplex conform de tekeningen van Klous + Brandjes Architecten kan worden beschouwd als het nabouwen van een werk van architectuur, hetgeen als verveelvoudigen kan worden aangemerkt in de zin van artikel 13 Aw. Tevens komt het werk daarmee aan het publiek ter beschikking en is eveneens sprake van het openbaar maken van een verveelvoudiging in de zin van artikel 12, eerste lid sub 1 Aw

Kortom, het ontwerp waaronder de architectentekeningen is een werk, het afbouwen van het appartementencomplex is ‘nabouwen’ hetgeen als een verveelvoudiging van het werk van de architecten kan worden beschouwd.

Wie is rechthebbende?

Het verweer van Bot Bouw dat Klous + Brandjes Architecten geen auteursrechthebbende is omdat zij het auteursrecht op het werk heeft overgedragen aan VBK, slaagt niet. De omstandigheid dat in artikel 11 van de hiervoor genoemde overeenkomst tussen VBK en Pré Wonen is vermeld dat het auteursrecht ter zake van het werk aan Pré Wonen wordt overgedragen, regardeert Klous + Brandjes Architecten niet. Klous + Brandjes Architecten is immers geen partij bij deze overeenkomst volgens de rechter. Bovendien kan VBK niet meer rechten overdragen dan zij zelf heeft. Er is onvoldoende vermoeden dat het auteursrecht op het werk bij VBK berust.

Vast staat in casu weliswaar dat Klous + Brandjes Architecten aan VBK toestemming heeft gegeven tot het gebruik van haar werk, maar die toestemming betrof het recht aan VBK om van de ontwerptekeningen van Klous + Brandjes Architecten werktekeningen te maken en het werk te bouwen, zo neemt de rechter aan. Aan de omstandigheid dat op de werktekeningen de naam van VBK is vermeld, valt ook geen (vermoeden van) auteursrecht van VBK op de werktekeningen te ontlenen:

Onder de geschetste omstandigheden moet het ervoor worden gehouden dat de werktekeningen door VBK zijn vervaardigd ten behoeve van de exploitatie van het auteursrechtelijk beschermde werk van Klous + Brandjes Architecten. Verder staat onweersproken vast dat Klous + Brandjes Architecten aan de toestemming de voorwaarde had verbonden dat VBK de overeengekomen vergoeding aan Klous + Brandjes Architecten voldeed, hetgeen zij niet heeft gedaan.

Dit is een belangrijk punt, zoals zal blijken uit de verdere motivering.

Overname werkvoorraad uit failliete boedel?

Bot Bouw stelt zich op het standpunt dat zij met de overname van de werkvoorraad van het failliete VBK tevens de toestemming van Klous + Brandjes Architecten voor exploitatie van het werk heeft verkregen. Daartegen voert Klous + Brandjes Architecten aan dat de aan VBK verstrekte licentie niet aan een derde overdraagbaar is. Hoe luidt het oordeel van de rechter hierover?

4.6. Als uitgangspunt geldt dat de auteursrechthebbende door verlening van een licentie aan de licentienemer de bevoegdheid verstrekt om exploitatiehandelingen met betrekking tot het auteursrechtelijk beschermd werk te verrichten, die op grond van de wet in beginsel alleen aan de rechthebbende zijn voorbehouden. Een licentie is een vorderingsrecht (gelegen in een door de licentiegever op zich genomen verplichting zich te onthouden van optreden tegen het gebruik van het auteursrecht, en de daaraan ontleende aanspraak) en geschiedt, behoudens de exclusieve licentie, vormvrij. Vorderingsrechten zijn op grond van artikel 3:83 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek overdraagbaar, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een overdracht verzet.

Van dit laatste is in onderhavig geval sprake. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat Klous + Brandjes Architecten niet nastreeft dat elke willekeurige aannemer haar bouwwerk uitvoert. De kwaliteit van de aannemer bepaalt immers mede de esthetische kwaliteit van het gerealiseerde werk. Uit de toelichting ter zitting is gebleken dat Klous + Brandjes Architecten een projectoverstijgende samenwerking met VBK had, waaruit kan worden afgeleid dat zij een voorkeur had voor de bijzondere deskundigheid en reputatie van deze aannemer. Dat wordt bevestigd door de stelling van Klous + Brandjes Architecten dat VBK de volledige vrijheid kreeg het ontwerp uit te voeren. Daarmee is voldoende aannemelijk dat de onderhavige prestatie verband houdt met de persoonlijke eigenschappen van de licentienemer. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de aan VBK verstrekte licentie niet overdraagbaar is.

Toestemming?

Het verweer van Bot Bouw dat zij toestemming had van Klous + Brandjes Architecten slaagt ook niet: ‘niet is gebleken dat Bot Bouw over een rechtstreeks aan haar verleende toestemming voor de uitvoering van de opdracht tot het (af)bouwen van het appartementencomplex [beschikte] ‘ aldus de rechter.

Het beroep van Bot Bouw op artikel 42 lid 3 DNR slaagt evenmin. De daarin voorkomende bewoordingen ‘doen gebruiken’ laten afbouw in opdracht van de curator weliswaar toe, maar gaat niet zover dat de curator een naar haar aard niet overdraagbare licentie zonder toestemming van de licentiegever aan derden kan overdragen, aldus de rechter.

Uit het voorgaande volgt dat Bot Bouw voor het (af-)bouwen van het appartementencomplex de tekeningen/ontwerpen van de architect heeft gebruikt zonder toestemming.

Belangenafweging en bouwstop

Bot Bouw beroept zich erop dat indien de bouwstop wordt toegewezen de opleverdatum moet worden uitgesteld, waardoor haar belangen, die van Pré wonen en de toekomstige bewoners wordt geschaad. Bot bouw acht het hetgeen is gevorderd door de architect disproportioneel. De architect stelt echter dat diens belangen prevaleren.

De voorzieningenrechter legt een bouwstop en verbod tot oplevering op met bepaling dat de architect daar geen rechten aan kan ontlenen zodra de aannemer de fee en vergoeding van proceskosten voldoet:

De voorzieningenrechter is van oordeel dat een belangenafweging niet aan toewijzing van een voorziening in de weg mag staan. Aannemelijk is dat een bouwstop onfortuinlijk en nadelig kan zijn, ook voor personen die niet bij dit kort geding zijn betrokken, waaronder in dit geval de senioren die volgens de stelling van Bot Bouw al drie jaar op hun nieuwe woning wachten. Dat legitimeert evenwel niet een inbreuk op het auteursrecht van Klous + Brandjes Architecten toe te staan. Klous + Brandjes Architecten heeft er belang bij om haar auteursrechten door middel van een verbod in een kort geding van deze strekking te beschermen tegen gebruik zonder toestemming en zonder vergoeding. Niet weersproken is dat het nog openstaande bedrag dat Klous + Brandjes Architecten aan VBK heeft gefactureerd met betrekking tot de werkzaamheden voor het project € 17.500,- bedraagt. Niet voorstelbaar is dat Bot Bouw niet over de liquiditeiten beschikt om door betaling van dit bedrag, vermeerderd met de te liquideren proceskosten, vrijgave van het bouwproject te bewerkstelligen. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het belang van Klous + Brandjes Architecten om voor haar inspanningen beptaald te worden moet prevaleren boven het verdere – ongeoorloofde – gebruik van die onbetaalde inspanningen door Bot Bouw.

De rechter bepaalt dat aan diens vonnis geen recht kan worden ontleend zodra Bot Bouw de fees van de architect vermeerderd met de proceskosten heeft betaald. Die proceskosten zijn, net als in alle andere zaken waarin inbreuk op intellectuele eigendomsrechten het hoofdonderwerp vormt, te begroten op de daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten. Over die kosten, die inmiddels zijn opgelopen tot 18.500 euro, merkt de rechter op dat ‘duidelijk [is] geworden dat de inzet van [de architecten]  van meet af aan is geweest om betaling te verkrijgen van de vergoeding die is toe te rekenen aan de werkzaamheden voor het ontwerpen van het appartementencomplex’. Dit is volgens de rechter een ‘redelijk verlangen’ waaraan Bot Bouw tegemoet had moeten komen.

Conclusies

De conclusies uit het voorgaande zijn:

1) auteursrecht op bouwtekeningen of -ontwerpen is eenvoudig in te roepen, ook om een bouwstop te bewerkstelligen;

2) het afbouwen van (een) gebouw(en) is nabouwen, hetgeen een ontoelaatbare verveelvoudiging en openbaarmaking oplevert, indien toestemming daarvoor ontbreekt;

3) een licentie een vorderingsrecht is, en licenties op architecten- of ontwerptekeningen persoonlijk van aard zijn en derhalve niet overdraagbaar zijn (bij projectoverstijgende samenwerking) indien de aannemer een bijzondere deskundigheid en reputatie heeft;

4) toestemming tot afbouwen uitdrukkelijk gegeven moet zijn, en niet uit de DNR kan worden afgeleid;

5) het belang bij het afbouwen van een project niet in de weg staat aan bescherming van auteursrecht op het ontwerp;

6) de rechter kan bepalen dat het vonnis geen rechtskracht meer heeft zodra de werkzaamheden van de architect zijn afbetaald.

Onder de streep leidt dit in mijn ogen tot een billijke uitkomst.

Joost Becker, advocaat auteursrecht

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen