Home > Auteursrecht > Bescherming van persoonlijkheidsrechten van de architect
Bescherming van persoonlijkheidsrechten van de architect

Bescherming van persoonlijkheidsrechten van de architect

Architecten hebben persoonlijkheidsrechten. Deze strekken tot bescherming van eer en goede naam. Hoe ver gaat dat? Stel dat een gemeente plannen heeft om een kantoorpand, ontworpen door een architect, te verbouwen. Kan de architect dat tegengaan op grond van diens persoonlijkheidsrechten?

Persoonlijkheidsrechten

De maker van een auteursrechtelijk werk, zoals een gebouw, kan op grond van zijn persoonlijkheidsrechten de volgende eisen stellen (op grond van Artikel 25 Auteurswet).

a. het recht zich te verzetten tegen openbaarmaking van het werk zonder vermelding van zijn naam of andere aanduiding als maker, tenzij het verzet zou zijn in strijd met de redelijkheid

b. het recht zich te verzetten tegen de openbaarmaking van het werk onder een andere naam dan de zijne, alsmede tegen het aanbrengen van enige wijziging in de benaming van het werk of in de aanduiding van de maker, voor zover deze op of in het werk voorkomen, dan wel in verband daarmede zijn openbaar gemaakt;

c. het recht zich te verzetten tegen elke andere wijziging in het werk, tenzij deze wijziging van zodanige aard is, dat het verzet zou zijn in strijd met de redelijkheid;

d. het recht zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid.

Is een verbouwing een schending van persoonlijkheidsrechten?
Recentelijk is er weer een uitspraak geweest over de vraag of een verbouwing een schending van persoonlijkheidsrechten oplevert. Het plan om het voormalige kantoorpand van het bestuurscentrum van Hoogheemraadschap Edam te verbouwen tot appartementen, zou volgens de architect ervan leiden tot verminking van zijn ontwerp. Hij stelt daardoor aantasting van zijn goede naam plaatsvindt.
De rechter kwalificeert de verschillende wijzigingen waarbij artikel 25 Aw wordt toegepast.
De Noordgevel
Ten aanzien van de noordgevel wordt geoordeeld dat de wijzigingen daarvan “zodanig beperkt zijn dat daarmee het basisidee van [eiser/verweerder] ten aanzien van het geparcelleerde gebouw in tact blijft.”
De rechter constateert dat de wijzigingen zijn ingegeven door de gewijzigde functie van het gebouw. In die context zijn deze niet onredelijk te oordelen. De redenen voor de wijzigingen in de noordgevel zijn stuk voor stuk te vinden in de gewijzigde gebruikseisen in verband met de nieuwe woonbestemming van het pand. De conclusie ten aanzien van de noordgevel is dat sprake is van een wijziging in de zin van artikel 25 lid 1 aanhef en onder c Aw, waarvoor geldt dat het verzet daartegen in strijd is met de redelijkheid. Anders gezegd slaagt het beroep op de persoonlijkheidsrechten dus niet.

De Zuidgevel

Ten aanzien van de zuidgevel is aangevoerd dat in de bouwplannen van sprake is van zes drastische ingrepen. De rechter oordeelt dat als gevolg van de voorgenomen sloop en verbouwing van de zuidgevel in vergaande mate afbreuk wordt gedaan aan het eigen, persoonlijk karakter van die gevel.

Er wordt echter geen aantasting in het werk in de zin van artikel 25 lid 1 aanhef en onder d Aw, aangenomen, nu ook na sloop van de zuidgevel kenmerkende elementen in het ontwerp van het kantoorpand gehandhaafd en zichtbaar zullen blijven in het nieuwe ontwerp.

Aantasting van eer en goede naam?

De rechter oordeelt vervolgens of er sprake is van het criterium ‘nadeel aan de eer, naam of waarde van de maker’. Daarvoor vindt een belangenafweging plaats. Het volgende wordt daarbij relevant geacht:

De maker van een bouwwerk moet er rekening mee houden dat er in de loop der tijd in verband met functionele wijzigingen van de bestemming veranderingen nodig zijn die zelfs tot (gedeeltelijke) aantasting van het werk kunnen leiden.

De aantasting is in casu niet lichtvaardig tot stand gekomen en het is bovendien niet de bedoeling [de architect] daarmee te benadelen. In dit kader is aannemelijk geworden dat de aanpassingen in het werk uitsluitend plaatsvinden om het werk behoorlijk aan zijn nieuwe woonfunctie te kunnen laten beantwoorden en niet omdat het werk van [de architect] of zijn waarde als bouwmeester zouden worden geminacht. De functiewijziging wordt gerealiseerd op verzoek van de gemeente, nu de invulling als kantoor niet mogelijk is gebleken (het kantoorpand staat al zeven jaar leeg) en de gemeente – gezien de daaraan bestaande behoefte – de wens heeft uitgesproken om ter plekke starterswoningen te realiseren. Van belang hierbij is dat de door [de architect] aangedragen alternatieven voor de zuidgevel niet optimaal voldoen aan de aan woonruimte te stellen kwaliteitseisen en de wensen van de kopers van de appartementen, waarbij de voorzieningenrechter – anders dan [de architect] – meent, dat hiertoe grote ramen en een buitenruimte, hoewel van beperkte omvang, in zeer grote mate bijdragen. Bewoners zullen immers op deze wijze optimaal kunnen genieten van dag- en zonlichttoetreding. Aan woningen worden in dit kader andere eisen gesteld dan aan een kantoorpand. De Vier Jaargetijden was om die reden dan ook niet gehouden de door [de architect] voorgestelde alternatieven voor de zuidgevel te volgen.

De meest vergaande wijzigingen vinden plaats aan de zuidgevel gelegen aan de binnenhof van het complex. Deze binnenhof zal – naar de voorzieningenrechter heeft begrepen – in beginsel alleen toegankelijk zijn voor bewoners en nog slechts gedurende een jaar zijn opengesteld voor een beperkt publiek, te weten het publiek dat de raadsvergaderingen van de Gemeenteraad van [gemeente] wenst bij te wonen. Ook die omstandigheid draagt ertoe bij dat aan de naam of eer van [de architect] ] of aan zijn waarde in zijn hoedanigheid van architect geen nadeel zal worden toegebracht, althans niet in een zodanige mate dat dit nadeel als relevant nadeel dient te leiden tot het gevraagde verbod.

Het werk [van de architect] is goed gedocumenteerd.

De lange periode tussen realisatie van het kantoorpand en de (functie)wijziging.

Conclusie over schending persoonlijkheidsrechten
De conclusie ten aanzien van de zuidgevel is dat er weliswaar sprake is van een aantasting (in de zin van artikel 25 lid 1 aanhef en onder d Aw), maar dat die géén nadeel zal kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de architect.
De conclusie van bovenstaande is dat indien wijzigingen beperkt zijn, ingegeven door de gewijzigde functie van het gebouw, en de basisuitvoering van het ontwerp van de architect in tact blijft, het onredelijk kan zijn van de architect zich daar tegen te verzetten.

Voor de vraag of sprake is van nadeel aan eer, goede naam en waarde van de architect, moet een belangenafweging gemaakt worden.

Daarbij mag er rekening worden gehouden dat veranderingen nodig zijn die en dat de wijzigingen in dit geval functioneel zijn, d.w.z. beantwoorden aan de nieuwe woonfunctie. Ook is het werk van de architect goed gedocumenteerd, en zit er een lange periode tussen de realisatie van het kantoorpand en de door te voeren wijzigingen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Scroll To Top