Home > Auteursrecht > Dubbele schadeclaim in auteursrecht mogelijk?!
Dubbele schadeclaim in auteursrecht mogelijk?!

Dubbele schadeclaim in auteursrecht mogelijk?!

Kan men dubbel of tweemaal een vergoeding claimen voor schade, wanneer er sprake is van auteursrechtinbreuk? Of komt alleen de reële schade komt voor vergoeding in aanmerking.

Het Europese Hof heeft hierover op 25 januari 2017 beslist in antwoorden op vragen in een copyright-geschil dat speelt in Polen, waar het wettelijk mogelijk is voor rechthebbenden op auteursrecht om schadeloosstelling te vorderen voor bedragen van twee- of driemaal een passende vergoeding. Dat laatste is mogelijk zijn als sprake is van ‘verwijtbare inbreuk’. Dergelijke inbreuken zouden aanspraak geven op ‘hypothetische royalty’s’.

Volgen het Europese Hof moeten auteursrechtelijke maatregelen, procedures en rechtsmiddelen “doeltreffend, evenredig en afschrikkend” zijn. Bij dergelijke rechtsmiddelen gaat het ook om de berekening van schadevergoeding, aldus het Hof. Lidstaten mogen ruimere rechtsmiddelen toekennen alsook uitgebreidere bescherming verlenen dan waarin is voorzien in Europese wetgeving en internationale verdragen, zo oordeelt het Hof.

“Derhalve moet artikel 13, lid 1, tweede alinea, onder b), van richtlijn 2004/48 aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als die in het hoofdgeding, volgens welke de rechthebbende wiens aan het auteursrecht verbonden vermogensrechten zijn geschonden, van de inbreukmaker vergoeding van de geleden schade kan vorderen door betaling van een bedrag ter hoogte van tweemaal de hypothetische royalty’s.

Kortom, een dubbele schadeclaim installen is mogelijk, althans de lidstaten mogen voorzien in een dergelijke vergoedingsregeling.

Hieraan doet volgens het Hof niet af dat de hypothetische royalty’s niet strikt evenredig zijn aan de door de benadeelde partij daadwerkelijk geleden schade. In de Europese richtlijn tot handhaving van de intellectuele eigendomsrechten is ook geen verbod opgelegd aan lidstaten om dit soort maatregelen in te voeren.

Over het Poolse systeem oordeelt het Hof:

“29      Verder, en zonder dat uitspraak hoeft te worden gedaan over de vraag of de invoering van een zogenaamde „niet-compensatoire” schadevergoeding in strijd zou zijn met artikel 13 van richtlijn 2004/48, blijkt niet dat de in het hoofdgeding toepasselijke bepaling een verplichting tot betaling van dergelijke schadevergoeding inhoudt.

30      Zo dient erop te worden gewezen dat de loutere betaling van de hypothetische royalty’s in het geval van een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht niet kan waarborgen dat de volledige daadwerkelijk geleden schade wordt vergoed, aangezien de betaling van die royalty’s als zodanig niet verzekert dat de in overweging 26 van richtlijn 2004/48 aangehaalde kosten voor onderzoek en opsporing van mogelijke inbreukmakende handelingen worden terugbetaald, en evenmin dat eventuele morele schade wordt vergoed (zie, wat dit laatste aspect betreft, arrest van 17 maart 2016, Liffers, C‑99/15, EU:C:2016:173, punt 26), of nog dat rente over de verschuldigde bedragen wordt betaald. OTK heeft immers ter terechtzitting bevestigd dat de betaling van een bedrag ter hoogte van tweemaal de hypothetische royalty’s in de praktijk neerkomt op een vergoeding waarvan het bedrag lager is dan wat de rechthebbende zou kunnen vorderen op grond van de „algemene beginselen” in de zin van artikel 79, lid 1, punt 3, onder a), van de auteurswet.

31      Niet uitgesloten kan worden dat in uitzonderlijke gevallen de vergoeding van schade die wordt berekend op basis van het dubbele van de hypothetische royalty’s, zo duidelijk en aanzienlijk de daadwerkelijk geleden schade overstijgt dat een vordering in die zin een door artikel 3, lid 2, van richtlijn 2004/48 verboden rechtsmisbruik zou kunnen uitmaken. Evenwel blijkt uit de ter terechtzitting door de Poolse regering geformuleerde opmerkingen dat volgens de in het hoofdgeding toepasselijke regeling de Poolse rechter in een dergelijk geval niet gebonden is door de vordering van de benadeelde partij.

32      Wat ten derde het argument betreft dat de benadeelde partij, voor zover zij de schadevergoeding mag berekenen op basis van het dubbele van de hypothetische royalty’s, het causale verband tussen de inbreukmakende handeling en de geleden schade niet meer hoeft aan te tonen, dient ten slotte te worden vastgesteld dat dit argument berust op een te strikte uitlegging van het begrip „causaal verband”, volgens welke de benadeelde partij niet alleen een causaal verband tussen die handeling en de geleden schade moet aantonen, maar ook tussen die handeling en het exacte bedrag van de schade. Een dergelijke uitlegging is evenwel onverenigbaar met het concept zelf van een forfaitaire vaststelling van schadevergoeding, en dus met artikel 13, lid 1, tweede alinea, onder b), van richtlijn 2004/48, dat een dergelijk type van schadeloosstelling toestaat.

Kortom, een forfaitaire regeling waarin tweemaal schadevergoeding kan worden geclaimd is toegestaan. Dat ligt mogelijk anders als sprake is van een regeling die ‘zo duidelijk’ tot gevolg heeft dat de hypothetische royalty’s ‘aanzienlijk de daadwerkelijk geleden schade overstijgt’ dat sprake is van verboden rechtsmisbruik. Een dergelijke regeling is onder omstandigheden ook mogelijk zonder dat degene die schadevergoeding vordert de feitelijke schade hoeft aan te tonen.

Joost Becker, advocaat auteursrecht

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen