U bent hier: Home > Internetrecht > Beslag op Facebook foto’s en afgifte daarvan
Beslag op Facebook foto’s en afgifte daarvan

Beslag op Facebook foto’s en afgifte daarvan

Sedert 2013 is het mogelijk om beslag te leggen op digitale gegevens. Daarvan kan ook afgifte gevorderd worden. Welke regels gelden er voor deze rechtsmiddelen?

Bewijsbeslag

De rechtbank Limburg heeft recentelijk uitgemaakt dat beslag kan worden gelegd op intieme foto’s en/of video’s, gestuurd naar de gebruiker van een vals Facebook profiel. Deze foto’s zouden zich bevinden op mobiele telefoons, in de could, op tablets of andere gegevensdragers.

Degene ten laste van wie het beslag is gelegd voert meerdere gronden aan waarom dat niet rechtsgeldig zou hebben plaatsgevonden dan wel anderszins zou moeten worden opgeheven.

Formaliteiten

De beslagene voert ten eerste aan dat aan hem niet tijdig een afschrift van het beslag zou zijn verstrekt. Echter de rechtbank verwerpt dit verweer, omdat de ratio van de bepaling waarin dit is opgenomen (art. 46 Rv) is dat de beslagene wetenschap moet hebben van het beslag. De beslagene was echter bij het beslaglegging zelf aanwezig. Het beslag is dus niet nietig.

Opheffing beslag?

De beslagene voert ook aan dat het beslag disproportioneel is en de vertrouwelijkheid is geschonden. Er zou misbruik van beslag zijn gemaakt. De rechtbank gaat hier niet in mee:

5.13. Het beslag waarvoor toestemming is verzocht en verleend, betreft bepaalde, nauwkeurig omschreven gegevens. Het beslag is in zoverre niet disproportioneel. De gegevens moeten worden onderscheiden van de gegevensdragers die voor onderzoek zijn meegenomen. Vooraf was niet bekend op welke gegevensdragers de desbetreffende gegevens zich bevonden. De omstandigheid dat al de gegevensdragers voor onderzoek zijn meegenomen waarop de gegevens zich konden bevinden, maakt het beslag niet disproportioneel.

5.14. In aanmerking genomen dat verlof is verzocht en verleend voor beslag op bepaalde gegevens, was het noodzakelijk om de gegevensdragers te onderzoeken op de aanwezigheid van die gegevens. Een dergelijk onderzoek is geen fishing expedition. Het feit dat onderzoek heeft plaatsgevonden, gaat het beslag dus niet te buiten. Het onderzoek is niet uitgevoerd door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie], maar door de bewaarder. De vertrouwelijkheid van de gegevens is daarmee voldoende beschermd gebleven. Daarbij geldt dat de wijze waarop met de gegevensdragers en gegevens is omgegaan, in overeenstemming is met de wijze die in het beslagrekest is beschreven (onder 56), en waarvoor verlof is verleend.

5.15. Ten slotte is niet aannemelijk geworden dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] het openbaar ministerie heeft bewogen tot strafrechtelijke inbeslagneming. Van misbruik van het beslag is geen sprake. Evenmin is aannemelijk dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] met het beslag de publiciteit heeft gezocht. Dat haar juridisch adviseur de pers desgevraagd te woord heeft gestaan, is geen schending van de vertrouwelijkheid die bij het beslag past. De publicatie betreft vooral de werkwijze van de Facebookgebruiker ‘ [naam facebookprofiel] ’, waarbij de naam van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet is genoemd. Over het beslag is niet veel méér vermeld dan dat alle informatiedragers in beslag waren genomen en werden onderzocht.

Opheffing van het beslag wordt dus niet gerechtvaardigd geacht. Degene namens wie beslag is gelegd hoeft de kopieën niet terug te geven.

Afgifte van bestanden

De vordering tot afgifte van de bestanden die beslagene onder zich heeft, slaagt. Er zijn volgens de rechter aanwijzingen dat de beslagene de gebruiker was van het gewraakte Facebook profiel. De deurwaarder die het beslag heeft gelegd heeft onder meer verklaard dat beslag is gelegd op (bewijzen van) inlogmomenten op social media onder de naam van het betreffende Facebook-profiel. De rechter acht het voldoende aannemelijk dat de beslagene de gebruiker was van dat profiel, en geen aannemelijk alternatief scenario heeft gegeven hiervoor:

Zijn stelling dat hij een onbeveiligde wifi-extender heeft gebruikt voor internet in de tuin, is te vaag, zeker voor een voormalig systeembeheerder als [eiser in conventie, verweerder in reconventie] volgens zijn eigen verklaring is. Gelet op de aanwijzingen had van hem mogen worden verwacht dat hij nadere uitleg over de extender zou hebben gegeven en had onderzocht wie zo veelvuldig en ongemerkt daarvan gebruik heeft kunnen maken.

(…) De conclusie is dat vooralsnog moet worden aangenomen dat het [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is geweest die onrechtmatig jegens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft gehandeld en dat hij verplicht is de schade die zij daardoor lijdt, te vergoeden. Het belang van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] rechtvaardigt de toekenning van een voorschot. Niet gebleken is dat sprake is van een onaanvaardbaar risico dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet in staat zal zijn een voorschot terug te betalen, zo zij daartoe op enig moment zou worden verplicht. Het voorschot, waarvan de hoogte niet is betwist, is dus toewijsbaar.

Geoordeeld wordt dat er in dit geval een rechtmatig belang is bij inzage en het verkrijgen van een kopie voor bewijslevering op bepaalde gegevens, te weten de foto’s en WhatsApp berichten.

Beslagene wordt ook nog veroordeeld tot een (voorschot op) schadevergoeding van € 38.376,66.

Joost Becker, advocaat internetrecht

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen