U bent hier: Home > Privacyrecht > Proosten op de Autoriteit Potentiele Persoonsgegevensverwerkingen bij de volgende stroomuitval
Proosten op de Autoriteit Potentiele Persoonsgegevensverwerkingen bij de volgende stroomuitval

Proosten op de Autoriteit Potentiele Persoonsgegevensverwerkingen bij de volgende stroomuitval

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft op 22 februari 2017 een persbericht uitgebracht naar aanleiding van een onderzoek bij een bedrijf dat alcohol- en drugscontroles wilde invoeren. Wat met name opvalt aan het persbericht en het onderzoek is de ruime bevoegdheden die de AP zichzelf toekent, alsmede (wederwom) de wel hele strikte (en onpraktische) uitleg van de wet.

Voorgenomen beleid

Het bedrijf Uniper (=energieleverancier) had het voornemen om at random (in het rapport beschreven als “ad random”) controles uit te voeren op alcoholgebruik en drugsbezit. Bij een positieve test zou de leidinggevende worden geïnformeerd. Er zou slechts worden vastgelegd dat de betrokkene het beleid had overtreden, niet wat de overtreding precies inhield. Het doel van het beleid was o.m. de kwaliteit van de energievoorziening en de veiligheid te waarborgen.

Vooraf ingrijpen door de AP

Het beleid wordt nog niet eens toegepast, terwijl de Autoriteit Persoonsgegevens al ingrijpt. Volgens de AP is zij ook bevoegd onderzoek te doen naar potentiele verwerkingen van persoonsgegevens:

Dat een bepaalde verwerking, die op grond van de Wbp verboden is, nog niet heeft plaatsgevonden, betekent dat de verantwoordelijke op dat moment nog geen gegevens heeft verwerkt in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens. Het betekent niet dat de (voorgenomen) verwerking niet strijdig is met de Wet bescherming persoonsgegevens. Beleid wordt opgesteld met de bedoeling de daarin beschreven situaties op uniforme wijze te beoordelen en/of te regelen. In die zin mag dan ook worden aangenomen dat de in het beleid omschreven situaties zich in de praktijk zullen gaan voordoen. Reeds vastgesteld beleid met voorgenomen verwerkingen van persoonsgegevens valt onder de toezichthoudende taak van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Ik vraag me af of dit helemaal te verenigen is met de tekst van artikel 51 lid 1 Wbp:

Er is een College bescherming persoonsgegevens dat tot taak heeft toe te zien op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij en krachtens de wet bepaalde.

Als de Autoriteit bevoegd was geweest iets te vinden over het beleid omtrent verwerkingen van persoonsgegevens – nog even los van de vrijheid van ondernemerschap – dan had dat wel in de wet gestaan. Er staat echter in de wet dat de AP bevoegd is toe te zien op feitelijke verwerkingen en daar was kennelijk nog niet eens sprake van.

Geen enkele rechtvaardiging volgens AP

In de rest van het rapport is te lezen dat er volgens de AP in de kern geen rechtvaardiging is voor het verzamelen van de gegevens over de werknemers.

De AP stelt dat de adem gelijk staat aan een lichaamsstof en dat een ademanalyse dus gelijk staat aan het verwerken van bijzondere persoonsgegevens (gek genoeg onder verwijzing naar een conceptversie in plaats van de definitieve versie van privacyverordening). Ook het al dan niet onder invloed van drugs zijn zou een gezondheidsgegeven zijn.

Het betreft hier kennelijk een (flinter)dunne lijn, want eerder concludeerde de Staatsraad A-G bij de Raad van State dat bij lidmaatschap van een coffeeshop van bijzondere persoonsgegevens geen sprake is (r/o 8.20). Terwijl je toch niet voor niets lid bent.

De AP loopt in het rapport de verschillende wettelijke grondslagen langs voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens en concludeert dat de verwerking niet is toegestaan.

Dan maar direct ontslag via de rechter

Werkgevers die zich geconfronteerd zien met medewerkers die verdacht worden van drank- of drugsgebruik resteert dus weinig mogelijkheden. Voor het enkele registreren van de verdenking is, in lijn met de AP, kennelijk al geen grondslag aanwezig.

Het opschrijven dat iemand ontslagen wordt wegens drankmisbruik zou in die lijn dus ook al niet toegestaan (want dan verwerk je kennelijk wederom medische persoonsgegevens). De AP schrijft immers letterlijk dat “informatie over iemands fysiologische staat (in dit geval: al dan niet onder invloed zijn van alcohol of drugs) (…) valt (…) onder het begrip ‘gegevens over de gezondheid’“. Dit terwijl dossiervorming in een arbeidsrechtelijke procedure zeer belangrijk is.

Sterker nog, de lijn van de AP doortrekkend zou een arts de enige mogen zijn die de (kennelijke) staat van dronkenschap vaststelt.

De AP schrijft zelf in het rapport nog het volgende:

De uitzonderingsgrond van artikel 23, eerste lid, onder c, Wbp vindt toepassing indien er sprake is van een gerechtelijke procedure. Deze uitzonderingsgrond kan derhalve geen toepassing vinden bij het verwerken van bijzondere persoonsgegevens in het kader van alcohol- en drugstesten.

Het enkele aanzeggen van ontslag is volgens de AP dus nog onvoldoende om de verwerking van bijzondere persoonsgegevens te rechtvaardigen. Die rechtvaardiging is er alleen in een gerechtelijke procedure. De lijn van de AP doortrekkend, is dossieropbouw van een dronken medewerker dus onmogelijk en kan de onderbouwing voor het ontslag alleen nog in rechte gegeven worden (en moet je kennelijk tot die tijd leunen op het geheugen) .

Slotopmerking

Het voorgaande lijkt me zo haaks staan op de dagelijkse realiteit, dat ik me afvraag of er werkgevers in Nederland zijn die deze strikte visie zullen opvolgen. Het roept ook de vraag op of alle dronken (ex?) werknemers die worden ontslagen zich straks kunnen beroepen op onrechtmatig verkregen bewijs. Ik hoop dat de NL rechter de kwestie iets nuchterder bekijkt. En anders wordt het proosten op de AP bij de volgende stroomuitval.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen