Home > Privacyrecht > Mogelijk Google-light in Europa dankzij vragen Franse Raad van State over privacyrecht en recht om vergeten te worden
Mogelijk Google-light in Europa dankzij vragen Franse Raad van State over privacyrecht en recht om vergeten te worden

Mogelijk Google-light in Europa dankzij vragen Franse Raad van State over privacyrecht en recht om vergeten te worden

Ruim 3 jaar geleden wees het Hof van Justitie het bekende Costeja-arrest. Sindsdien is duidelijk dat ook zoekmachines gebonden zijn aan het privacyrecht en (dus) te maken kunnen krijgen met correctie- en verwijderverzoeken. Het privacyrecht stelt echter ook extra strenge regels aan de verwerking van zogenaamde “bijzondere persoonsgegevens” (zoals medische gegevens). Naar de letter van de wet zou Google dergelijke gegevens (dus) niet mogen verwerken. De Franse Raad van State vraagt zich af hoe daar mee om te gaan. Het antwoord op die vraag kan grote gevolgen hebben voor zoekmachines.

Hyperlinks naar gevoelige artikelen

In Frankrijk hebben diverse procedures gespeeld tegen Google over verwijderverzoeken. Deze procedures komen uiteindelijk bij de Franse Raad van State terecht.

Uit de verwijzingsbeschikking blijkt dat het steeds over verwijzingen naar artikelen met gevoelige inhoud gaat:

  • een satirische fotomontage over een vermeende intieme relatie tussen een vrouw en de burgemeester;
  • een artikel over zelfdoding door een lid van de Syntology kerk met vermelding van de naam van de toenmalige PR-verantwoordelijke van de kerk;
  • een artikel over strafrechtelijk onderzoek naar partijfinanciering (waarbij ondertussen bekend is dat geen vervolging is ingesteld);
  • een artikel over veroordeling van een man wegens seksueel misbruik, waarin ook intieme details van de dader aan de orde komen.

Verbod verwerking bijzondere persoonsgegevens

De Franse Raad van State loopt aan tegen het verbod van de verwerking van bijzondere persoonsgegevens. Onder dergelijke “bijzondere persoonsgegevens” worden o.a. strafrechtelijke gegevens, gezondheidsgegevens en gegevens omtrent seksueel gedrag verstaan.

De Franse Raad van State vraagt zich in de kern af: als Google gebonden is aan het privacyrecht, wat is dan – gelet op het verbod bijzondere persoonsgegevens te verwerken – de rechtvaardiging dat Google deze gegevens verwerkt?

Vragen in detail

De Raad van State stelt allereerst de vraag of het verbod om bijzondere persoonsgegevens te verwerken wel op Google van toepassing is. Aan die eerste vraag worden vervolgens vraag 2 en vraag 3 opgehangen.

Als het verbod inderdaad van toepassing is (vraag 2):

  • vraagt de Raad van State zich af of de uitzonderingen op het verbod op de verwerking van bijzondere persoonsgegevens voor zoekmachines wellicht anders (ruimer) moeten worden uitgelegd;
  • vraagt de Raad van State, meer specifiek, zich af of het relevant kan zijn wanneer de zoekmachine aantoont dat de betrokkene toestemming heeft gegeven of dat de gegevens nodig zijn voor een rechtszaak;
  • vraagt de Raad van State zich af of relevant is dat de gegevens door de schrijver van het bronartikel zijn verzameld voor journalistieke of artistieke doeleinden.

Als het verbod niet van toepassing is (vraag 3):

  • hoort de Raad van State graag aan welke regels uit het privacyrecht Google dan wel is gebonden;
  • heeft dit dan wel gevolgen voor de wijze waarop een verwijderverzoek dat over bijzondere persoonsgegevens gaat moet worden geoordeeld?
  • en hoe moet in dit kader worden omgegaan met verwijderverzoeken die zien op publicaties die niet onder Europees privacyrecht vallen?

Verder hoort de Raad van State graag (vraag 4) of een verwijderverzoek dat gaat over een link naar een achterhaald artikel per definitie moet worden ingewilligd, zeker wanneer het over strafrechtelijke vervolging gaat. In dat kader verneemt de Raad ook graag hoe het begrip strafrechtelijke gegevens moet worden uitgelegd.

Voorzichtige vooruitblik

Het zou heel opmerkelijk zijn als het Hof van Justitie de eerste vraag ontkennend beantwoordt. Alles in het Costeja-arrest wijst er nu juist op dat het privacyrecht “vol” van toepassing is (in die kwestie had de A-G juist een meer op zoekmachines toegespitste benadering bepleit en die werd niet gevolgd).

Het zou verder ook opmerkelijk zijn als het Hof van Justitie de uitzonderingen op het verbod bijzondere persoonsgegevens te verwerken ruimer gaat uitleggen. Tot op heden is de teneur juist om de verschillende opsommingen in de richtlijn als limitatief  uit te leggen.

Het Hof zou wellicht kunnen bevestigen dat de betrokkene toestemming kan geven, maar de vraag is (i) of er bij mediaberichtgeving überhaupt sprake is van toestemming en (ii) of die toestemming dan wel aan Google (en niet aan de journalist) wordt gegeven. Mogelijk dat het Hof daar ook wel op gaat wijzen.

Als het Hof echter de te verwachten lijn volgt, dan zou Google in Europa gedwongen worden een Google-light te introduceren. Over wat dat precies zou inhouden heb ik enkele jaren terug al geblogd. Gelet op de grote maatschappelijke behoefte aan zoekmachinediensten verwacht ik ook niet dat dit de uitkomst wordt.

Er zal dus wel een verrassende tournure van het Hof komen. Mogelijk dat het Hof de werkzaamheden van Google koppelt aan de informatievrijheid (artikel 10 EVRM) en de kwestie dus oplost via de route van rechten van hogere rangorde (vgl. ook artikel 85 AVG). Maar goed, dat is allemaal speculatie.

Slotopmerkingen

Het duurt in de regel wel 1-2 jaar alvorens een prejudiciële vraag door het Hof van Justitie beantwoord is. We blijven de zaak volgen en houden u op de hoogte.

Heeft u ondertussen zelf vragen over het privacyrecht? Wilt u bijvoorbeeld weten wat wel en niet is toegestaan of hoe u moet omgaan met een inzage- of vergeetverzoek? Neem dan gerust contact op met ons. Wij kunnen u verder helpen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen