Home > Auteursrecht > Krantenartikelen overgenomen: discussie over schade
Krantenartikelen overgenomen: discussie over schade

Krantenartikelen overgenomen: discussie over schade

Al enige tijd geleden, rond 2011, plaatste de voornamelijk op duurzaam eten en wonen gerichte website ‘mergenmetz.nl’ 7 krantenartikelen van Trouw en De Volkskrant in PDF op haar eigen informatiesysteem. Daarna werden op de website mergenmetz.nl hyperlinks naar de (als PDF in het eigen informatiesysteem opgenomen) krantenartikelen geplaatst.

Namens Trouw en De Volkskrant werd het bedrijf achter de website (MergenMetz) gesommeerd om die artikelen te verwijderen en ruim €4.000,– schadevergoeding te betalen. Namens Trouw en de Volkskrant werd een beroep gedaan op auteursrecht. Het geheel verwerd tot een geschil voor de rechter en het Hof Arnhem-Leeuwarden deed op 11 juli 2017 uitspraak in het hoger beroep in deze zaak.
Voor wat betreft het overnemen van de krantenartikelen in een eigen informatiesysteem, is allereerst interessant dat het Hof niet meegaat in het argument van MergenMetz dat zij op deze manier linkte en mocht linken naar de krantenartikelen, omdat een hyperlink naar de website van De Volkskrant en Trouw niet altijd stabiel bleek.

Geen goede reden
Vervolgens valt met name de discussie over de in geval van inbreuk door MergenMetz te betalen schadevergoeding, op in deze zaak. Nadat zij was gesommeerd heeft MergenMetz de 7 krantenartikelen verwijderd en een bedrag van €450,– betaald. De rechtbank, die voorafgaand aan het Hof uitspraak deed in deze zaak, achtte dit kennelijk niet genoeg. De rechtbank kwam tot het oordeel dat MergenMetz ruim €2.000,– schadevergoeding moest betalen aan Trouw en De Volkskrant, en de volledige proceskosten: €3.710,96.

Schadevergoeding
De rechter heeft in Nederland veel vrijheid bij het vaststellen of begroten van schade. In zaken als deze, waarbij auteursrechtelijk beschermde werken zonder toestemming worden gebruikt, wordt die schade veelal begroot door te kijken naar gemiste royalty’s of licentie-inkomsten voor de auteursrechthebbende. In dit geval werd namens Trouw en De Volkskrant dan ook een vergoeding gevorderd, berekend op basis van het (journalisten)tarief per woord van de betreffende artikelen (€0,36 of €0,37 per woord).

Het Hof oordeelt dat dit geen juiste basis is om de schadevergoeding te berekenen. Het Hof oordeelt dat het onaannemelijk is dat MergenMetz, voor dit gebruik op haar website, ooit de genoemde bedragen zou hebben betaald. Dit zouden dan ook geen werkelijk ‘gemiste licentiekosten’ voor Trouw en De Volkskrant kunnen zijn. Als die tarieven waren gecommuniceerd, had MergenMetz de artikelen immers nooit overgenomen, naar oordeel van het Hof. Er is dan ook geen sprake van een reële alternatieve situatie, waarin de kranten de artikelen aan MergenMetz in licentie geven voor deze bedragen.
MergenMetz stelde daarentegen voor om een eventuele schadevergoeding te berekenen aan de hand van de gemiste advertentie-inkomsten voor Trouw en De Volkskrant. MergenMetz laat zien dat de artikelen op haar systeem 1.897 keer zijn geraadpleegd en komt op basis van de advertentietarieven gehanteerd door de kranten op een bedrag van maximaal €139,30 aan gemiste advertentie-inkomsten wegens 1.897 potentieel gemiste bezoeken aan de eigen website(s). Het Hof acht dit de juiste basis om de (daadwerkelijk geleden) schade voor Trouw en De Volkskrant te berekenen. Het Hof gaat vervolgens niet mee in een percentuele verhoging van dat bedrag wegens gebruik door MergenMetz zonder toestemming.

Is dit redelijk?
Hoewel wellicht begrijpelijk dat de Nederlandse rechter wenst te voorkomen dat voor inbreuken op het auteursrecht schadebedragen worden gevorderd die zo hoog zijn, dat dit in geen enkele verhouding lijkt te staan tot in de praktijk gesloten licentieovereenkomsten – is de vraag of dit oordeel nog voldoende recht doet aan de positie van de auteursrechthebbende. Het auteursrecht verschaft de rechthebbende immers, als intellectueel eigendomsrecht, een monopolie. De auteursrechthebbende bepaalt wat er gebeurt met zijn werk, hoe en door wie. Wanneer er inbreuk wordt gemaakt op dit recht, is de definitie daarvan dat een derde gebruik maakt van het werk zonder enige toestemming van de rechthebbende. De kans om inderdaad op redelijke wijze te onderhandelen over een vergoeding voor gebruik is daarbij dan ook verkeken. Deze situatie schept de inbreukmaker, de redenering dat de inbreukmaker dan ook het daarbij komend risico dient te dragen is mijns inziens niet vergezocht. Gevolg van deze uitspraak zou kunnen zijn dat de rechthebbende echter het risico draagt dat samenhangt inbreuk op zijn/haar rechten door derden, terwijl hij of zij daarover geen enkele controle heeft. Betekent dit immers dat in zaken waarbij geen sprake is van advertentie-inkomsten voor de rechthebbende, of enige andere concrete eigen exploitatie, helemaal geen schade zal worden aangenomen wegens gebrek aan aanknopingspunten? Of mag in die gevallen wel worden aangesloten bij door de rechthebbende de gemiste licentie-inkomsten? Deze uitspraak geeft ons daarover nog geen duidelijkheid.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen