Home > Auteursrecht > Toch schadevergoeding voor Max Verstappen wegens lookalike in Picnic reclame
Toch schadevergoeding voor  Max Verstappen wegens lookalike in Picnic reclame

Toch schadevergoeding voor Max Verstappen wegens lookalike in Picnic reclame

Het gebruik van een lookalike door Picnic is onrechtmatig ten opzichte van Max Verstappen. Zijn portretrecht (artikel 21 Aw) is geschonden, zo oordeelt de rechtbank Amsterdam. Picnic is schadeplichtig. Over de hoogte van de schade moet worden doorgeprocedeerd.

Gebruik lookalike

Volgens de rechtbank vertoont de lookalike ‘dezelfde pet, dezelfde raceoutfit, dezelfde haarkleur, hetzelfde silhouet en hetzelfde postuur’. Hoe dat is gebeurd is van minder belang, zo oordeelt de rechtbank:

Met welke techniek, of met welke kunstgrepen dat resultaat wordt bereikt, is van secundair belang. Het gaat er dus om of de gelijkenis wordt gebruikt om het beeld van een persoon op te roepen en of is beoogd dat het publiek de gebruikte afbeelding van iemand aanziet voor (het portret van) [Max Verstappen] . Ook zonder overeenstemmende gelaatstrekken, maar met andere identificerende factoren kan van een portret gesproken worden (zie ook HR 2 mei 2003, NJ 2004, 80).

Dit betekent dat er sprake is van een portret in de zin van artikel 21 Auteurswet. Hieruit volgt dat Verstappen zich kan verzetten tegen het zonder zijn toestemming openbaar maken van zijn portret voor zover hij daarbij een redelijk belang heeft waarvoor het recht van meningsuiting en informatievrijheid in de gegeven omstandigheden moet wijken.

De rechtbank vindt het belang van de geportretteerde om dan in de voordelen van zulke exploitatie mee te kunnen delen door de openbaarmaking van zijn portret niet te hoeven toelaten zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen, een redelijk belang in de zin van artikel 21 Aw. Max Verstappen behoeft in dit geval volgens de rechtbank niet toe te laten “dat zijn in de uitoefening van zijn beroep verworven populariteit commercieel wordt geëxploiteerd door openbaarmaking van zijn portret, zonder dat hij daarvoor een vergoeding ontvangt.”

Schadevergoeding

Opvallend is dat in een eerdere procedure een verzoek van Verstappen om voor 350.00 euro beslag te leggen op de rekeningen van Picnic nog is afgewezen in dezelfde kwestie. In deze bodemprocedure stelt de rechter Verstappen nu wel in het gelijk. De omstandigheid dat de uitgebeelde persoon een exclusief contract heeft bij Jumbo doet daaraan niet af:

Het gaat er om dat het [Max Verstappen] vrij staat zelf te bepalen of en zo ja tegen welke vergoeding hij zijn populariteit wenst in te zetten ter ondersteuning van commerciële activiteiten, voor welke toestemming hij een redelijke geldelijke beloning zou kunnen bedingen. Juist bij personen die door hun beroepsuitoefening bekendheid genieten, kunnen commerciële belangen gemoeid zijn bij de openbaarmaking van hun portret en ook dergelijke belangen vinden bescherming onder artikel 8 EVRM. Deze bescherming wordt niet tenietgedaan door de omstandigheid dat een persoon contractuele verplichtingen heeft bij een concurrent.

Partijen moeten zich over de hoogte van de te betalen schadevergoeding nader uitlaten. De rechtbank oordeelt hierover dat “in een geval als het onderhavige, waarbij sprake is van een commercieel belang zich te verzetten, moet worden geabstraheerd van de omstandigheid dat [Max Verstappen] niet zou hebben ingestemd met de commercial van Picnic. De hypothetisch bedongen vergoeding wordt beschouwd als de geleden schade.”

Omdat een rapportage over de schadebegroting kennelijk is uitgevoerd door een bureau ook in opdracht handelt van Red Bull, de hoofdsponsor van Max Verstappen, kan dit onderzoek niet tot onderbouwing van de schade kan leiden, aldus de rechtbank. Het is nu aan Verstappen om gemotiveerd te stellen en onderbouwen welke schade hij heeft geleden, bijvoorbeeld door te onderbouwen welke vergoeding hij in redelijkheid zou hebben kunnen bedingen indien hij zijn toestemming aan het gebruik van zijn portretrecht door Picnic zou hebben verleend. De rechtbank geeft daar een aantal aanwijzingen voor:

Daarbij dient rekening te worden gehouden met de wijze waarop de publicatie op internet heeft plaatsgevonden, de timing daarvan en de beperkte duur van de publicatie op internet door Picnic. Ook dient rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat van de zijde van [Max Verstappen] geen enkele inspanning is verleend aan de totstandkoming van de commercial van Picnic. Partijen (eerst [Max Verstappen] daarna Picnic) zullen zich bij akte uit kunnen laten over de hoogte van deze vergoeding. De rechtbank merkt hierbij op dat de exclusiviteit die [Max Verstappen] met Jumbo is overeengekomen los staat van de hier te maken hypothese ten aanzien van de vergoeding die [Max Verstappen] had kunnen bedingen indien hij wel toestemming zou hebben gegeven.

Geen parodie?

Het Hof Amsterdam had eerder beslist dat sprake is van een parodie. De rechtbank vindt dat daar, alles afwegende, geen sprake van is omdat Max’ portretrechten zwaarder wegen.

Ten slotte kan Picnic niet worden gevolgd in haar betoog dat in dit kader dient mee te wegen dat uit de context van de commercial van Picnic duidelijk zou blijken dat het hier niet om de echte Max Verstappen zou gaan. In de afweging van enerzijds het belang zich te verzetten tegen de commerciële exploitatie van zijn portret zonder dat Max Verstappen een vergoeding is aangeboden en anderzijds het belang van Picnic zich met het filmpje te uiten, weegt het belang van Max Verstappen dus zwaarder.

(Voorlopige) conclusie

De rechtbank vindt zwaar wegen dat Max Verstappen als Formule 1-coureur grote bekendheid geniet, met welke bekendheid commerciële belangen gemoeid zijn bij de openbaarmaking van zijn portret en persoonlijke karakteristieken. Picnic had ook geen enkele vergoeding aangeboden voor het gebruik daarvan. Dit terwijl Picnic met de inzet van de lookalike bewust het beeld van Max Verstappen heeft opgeroepen. Het is nu afwachten tot welk schadebedrag de rechtbank komt. Een verbod op de commercial wordt niet uitgesproken, omdat deze (allang) van internet is gehaald

Joost Becker, advocaat internetrecht

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen