Home > Auteursrecht > Herkenbaar op YouTube filmpje? Wat nu?
Herkenbaar op YouTube filmpje? Wat nu?

Herkenbaar op YouTube filmpje? Wat nu?

YouTube heeft een groot bereik. Als je eenmaal herkenbaar op een YouTube filmpje staat, kan je daar dan vanaf? Een korte uitleg over portretrecht en privacy.

Herkenbaar op YouTube filmpje?

Volgens artikel 21 van de Auteurswet (‘Aw’) heeft eenieder recht op bescherming van zijn of haar portretrecht . Artikel 21 Aw luidt als volgt:

“Is een portret vervaardigd zonder daartoe strekkende opdracht, den maker door of vanwege den geportretteerde, of te diens behoeve, gegeven, dan is openbaarmaking daarvan door dengene, wien het auteursrecht daarop toekomt, niet geoorloofd, voor zoover een redelijk belang van den geportretteerde of, na zijn overlijden, van een zijner nabestaanden zich tegen de openbaarmaking verzet.”

Hier staat kort gezegd dat indien men herkenbaar in beeld wordt gebracht, bijvoorbeeld op foto of video, het openbaar maken van die beelden niet geoorloofd is indien “een redelijk belang” wordt geschaad. Dat redelijk belang kan uiteenvallen in twee soorten belangen, bijvoorbeeld een belang om je populariteit te verzilveren (zie de recente Max Verstappen -zaak) of een privacy-belang.

Wanneer is er sprake van een redelijk belang?

Ervan uitgaande dat de “geportretteerde” herkenbaar in beeld is, wanneer is dan sprake van een redelijk privacy-belang?

Volgens vaste rechtspraak moet de in beginsel ruime bescherming van het privacy-belang worden afgewogen tegen de vrijheid van meningsuiting. Vooral van personen die niet bekend zijn, zal het privacy-belang al snel zwaar(der) wegen. Doch steeds moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval: o.a. de persoon van de geportretteerde, de plaats en wijze van totstandkoming van de beelden, en de aard en intimiteit daarvan, het karakter van de afbeelding, de context van het filmpje en wat daarin/-bij nog meer wordt vermeld.

De rechter heeft het laatste woord, en mag oordelen dat het gebruik van de beelden al dan niet is toegestaan. De rechter mag dus, na de belangenafweging te hebben uitgevoerd, onder voorkomende omstandigheden een verbod opleggen op openbaarmaking van het YouTube filmpje. In de praktijk komt het er dan op neer de aangesproken partij te gelasten het filmpje te verwijderen.

Toestemming?

De rechter kan het verzoek tot verwijdering afwijzen onder omstandigheden. Dat blijkt uit een recente zaak, waarin de eiser (een rapper ) er zich volgens de rechter van bewust was dat de evenementen (waarbij rapbattles werden georganiseerd) waar hij aan meedeed werden vastgelegd op film, en niet was gebleken dat hij daartegen bezwaar heeft gemaakt. Hij verklaarde dat hij aanvankelijk deelnam voor zijn eigen plezier en om naamsbekendheid te verwerven:

“De rechtbank stelt voorop dat indien een geportretteerde toestemming heeft gegeven voor het (maken en) publiceren van een portret (in dit geval: de video’s), dan wel geacht moet worden daarmee impliciet te hebben ingestemd, hij geacht wordt afstand te hebben gedaan van het recht zich te verzetten tegen publicatie. (…) Het geven van expliciete dan wel impliciete toestemming tot publicatie mag echter niet al te snel worden aangenomen. Daarvan is eerst dan sprake indien de geportretteerde zich in voldoende mate bewust is dan wel moet zijn geweest van hetgeen die (impliciete) toestemming betekende, althans de wederpartij, gelet op de gedragingen en de verklaringen van de geportretteerde, mede in aanmerking genomen de bijzondere omstandigheden van het concrete geval, in redelijkheid heeft mogen aannemen dat toestemming is gegeven zoals hiervoor is bedoeld.”

In dit geval had de rapper zich ook tot de camera gericht, om zich voor te stellen. Vervolgens moet echter worden beoordeeld of hij ook toestemming heeft gegeven voor publicatie van de opnames. In dat kader heeft hij verklaard dat hij na de eerste (try-out)battle wist dat de opnames op internet zouden kunnen worden geplaatst, en daartegen vervolgens geen bezwaar gemaakt. In een nieuw verzoek aan de organisatie is het eerdere YouTube filmpje (met op dat moment 46.000 views) ook ter sprake gekomen. De rechtbank neemt in dit kader ook in aanmerking dat de eiser ter zitting heeft verklaard dat hij besefte dat de opnames een inkomstenbron waren voor de gedaagde partij en dat dat een van de redenen was dat hij niet gelijk bezwaar heeft gemaakt tegen het feit dat de video’s online werden gezet.

Wet Bescherming Persoonsgegevens

De rapper in bovengenoemde zaak doet ook nog een beroep op bescherming van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. De rechter oordeelt daarover:

Het verlenen van ondubbelzinnige toestemming betekent dat elke twijfel dient te zijn uitgesloten over de vraag of toestemming is gegeven en voor welke specifieke verwerkingen deze toestemming is gegeven. De toestemming hoeft blijkens de Memorie van Toelichting (TK 1997-1998, 25 892, nr. 3, p. 66 e.v.) niet schriftelijk te worden verleend, maar kan ook blijken uit het gedrag van de betrokkene. Naar het oordeel van de rechtbank is aan dit vereiste, gelet op hetgeen hiervoor (…) reeds is overwogen, voldaan. Het gedrag van [eiser] is zodanig geweest dat daaruit expliciet blijkt dat hij zijn toestemming heeft verleend en voor welke specifieke verwerkingen deze toestemming geldt (de verwerking van de opnames van de battles waaraan hij heeft deelgenomen). Het was voor [eiser] duidelijk dat zijn persoonsgegevens werden verwerkt en voor welk doel.

Open norm

Bovengenoemd (recente) voorbeeld uit de jurisprudentie is slechts één voorbeeld. Echter, de invulling van art. 21 Aw is een open norm. zoals gezegd zal de rechter met alle omstandigheden rekening moeten houden. In gevallen waarin niet (impliciet) is ingestemd met publicatie van video’s op YouTube staat de geportretteerde nog steeds een vol beroep op art. 21 Aw en art. 8 Wbp open.

Joost Becker, advocaat internetrecht

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen