Home > Privacyrecht > Hoge Raad: camerabeelden bevatten normaliter geen rasgegevens
Hoge Raad: camerabeelden bevatten normaliter geen rasgegevens

Hoge Raad: camerabeelden bevatten normaliter geen rasgegevens

De Hoge Raad heeft, middels een 81 RO beslissing, op 27 juni 2017 (impliciet) geoordeeld dat de verwerking van camerabeelden geen verwerking van “rasgegevens” impliceert.

Afgifte beelden pintransactie

In het kader van onderzoek naar gekwalificeerde diefstal heeft een Officier van Justitie (OvJ) afgifte van camerabeelden van een bepaalde pintransactie opgevraagd bij Holland Casino. Namens de verdachte wordt betoogd dat de OvJ daar niet zonder machtiging van de rechter-commissaris toe bevoegd was.

Onderscheid bevoegdheden vorderen informatie

In het Wetboek van Strafvordering (Sv) is o.m. geregeld dat door de opsporingsinstanties informatie bij derden ken worden opgevraagd. De kaders daarvoor zijn precies geformuleerd.

De twee artikelen in kwestie zijn artikel 126nd Sv en artikel 126nf Sv. Het laatste artikel is bedoeld voor de “zwaardere gevallen” en vereist om die reden o.m. een machtiging van de rechter-commissaris.

In artikel 126nd lid 2 Sv staat dat de vordering geen betrekking kan hebben “op persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of lidmaatschap van een vakvereniging“. Voor het opvragen van zogenaamde bijzondere persoonsgegevens geldt dus het zware regime.

Camerabeelden bijzonder of niet?

De vraag is dus of camerabeelden bijzondere persoonsgegevens bevatten.

In het verleden oordeelde de Hoge Raad nog dat dit wel het geval is.

In de beleidsregels cameratoezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens uit 2016 nam de AP al een gematigder standpunt in, dat er op neer komt dat beelden alleen als bijzondere persoonsgegevens kwalificeren wanneer ze worden gebruikt om onderscheid te maken op een dergelijk bijzonder persoonsgegeven.

De advocaat-generaal had in zijn conclusie al geoordeeld dat het wat “overtrokken” zou zijn om te oordelen dat iedere foto/video per definitie bijzondere persoonsgegevens bevat. Hij lijkt hem dat de wet eerder zo uitgelegd moet worden dat voorkomen moet worden dat al te gemakkelijk gegevens worden verstrekt en verwerkt met het oogmerk om specifiek te filteren op bijzondere persoonsgegevens.

Hoge Raad: 81 RO

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep onder verwijzing naar artikel 81 RO.

In het jaarverslag van de Hoge Raad 2016 wordt dit artikel als volgt omschreven:

Dat wil zeggen dat er vanuit het oogpunt van de rechtsontwikkeling en de rechtseenheid geen reden is de verwerping nader te motiveren. Dat kan het geval zijn als de conclusie van de advocaat-generaal voldoende duidelijkheid heeft verschaft.

Het zou dus maar zo kunnen zijn dat de Hoge Raad het met de A-G eens is en dat een te strikte lezing van het begrip bijzondere persoonsgegevens inderdaad “overtrokken” is. Dat blijft bij artikel 81 RO kwesties echter altijd wat gissen…

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen