Home > Auteursrecht > Nieuw Hoge Raad arrest over software-bescherming
Nieuw Hoge Raad arrest over software-bescherming

Nieuw Hoge Raad arrest over software-bescherming

Volgens DC maakt Forax inbreuk op software voor tankkaarten. Een op het oog eenvoudig geschil over de mogelijkheden van software-bescherming, zo lijkt het. Echter, de zaak ontaardt in een discussie over het begrip ‘voorbereidend materiaal’.

Software-bescherming en voorbereidend materiaal

Software is in de regel gewoon beschermd door het auteursrecht. Software (zowel de broncode als de objectcode) kan worden beschermd onder het regiem van de Softwarerichtlijn. Hoewel die richtlijn geen definitie geeft van het begrip ‘computerprogramma’, is ‘het voorbereidend materiaal’ wel onderdeel van computerprogramma’s. Dit valt dus onder de software-bescherming.

Wat is voorbereidend materiaal? Het gaat hier om ontwerpmateriaal van software die ‘van dien aard is dat het later tot zulk een programma kan leiden’. In de literatuur (Struik, Van Schelven, Hoorneman, 2010, p. 50) wordt als voorbeeld een geformaliseerde oplossing voor een programmeervraagstuk gegeven. Daar wordt gewezen op verschillen met datamodellen of programma’s van eisen, die niet van dien aard zijn.

Oordeel van het Hof

DC claimt auteursrechtelijke bescherming op de DC-Customized Software, en stelt zich op het standpunt dat de Forax-software inbreukmakend is.

Het Hof oordeelt echter dat tussen de uitdrukkingswijzen (als bedoeld in art. 1 lid 2 Softwarerichtlijn) van de Forax-software en de DC-Customized Software onvoldoende overeenstemming bestaat, hetgeen erop wijst dat de Forax-software niet een op het auteursrecht van DC SA inbreukmakende bewerking vormt van de DC-Customized Software (rov. 4.4).

Het Hof oordeelt ook dat niet alle in het ontwikkelingsproces vervaardigde producten (versies) behoren tot het voorbereidend materiaal in de zin van de Softwarerichtlijn. Daarover gaat (deels) de procedure bij de Hoge Raad.

Het oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad (lees het arrest hier) zet eerst de bestaande jurisprudentie op een rij:

In zijn arresten van 22 december 2010, C-393/09, ECLI:EU:C:2010:816, NJ 2011/289 (Softwarova) en 2 mei 2012, C-406/10, ECLI:EU:C:2012:259, NJ 2013/270 (SAS/WPL), heeft het HvJEU art. 1 van de Softwarerichtlijn aldus uitgelegd, dat deze richtlijn de uitdrukkingswijzen beschermt van een computerprogramma en het voorbereidend ontwerpmateriaal, die later respectievelijk tot reproductie van het computerprogramma of tot het computerprogramma zelf kunnen leiden (punt 37 van beide arresten). Daaraan heeft het HvJEU mede ten grondslag gelegd dat uit punt 3.7 van de motivering van het voorstel voor Richtlijn 91/250 [COM(88) 816] blijkt dat het belangrijkste voordeel van de auteursrechtelijke bescherming van computerprogramma’s is dat de bescherming alleen de specifieke uitdrukkingswijze van het werk betreft en aldus andere auteurs in voldoende mate vrijlaat om soortgelijke of zelfs identieke programma’s tot stand te brengen, mits zij zich van plagiaat onthouden.

Als de functionaliteit van een computerprogramma auteursrechtelijk zou kunnen worden beschermd, zou bovendien de mogelijkheid worden geboden om ideeën te monopoliseren ten koste van de technische vooruitgang en de industriële ontwikkeling (arrest SAS/WPL, punten 40 en 41).

De klachten in cassatie slagen niet:

In het licht van het voorgaande berusten de klachten van de onderdelen op een onjuiste rechtsopvatting waar zij tot uitgangspunt nemen dat alle in het ontwikkelingsproces van het computerprogramma vervaardigde producten behoren tot het voorbereidend materiaal in de zin van de Softwarerichtlijn. Anders dan de onderdelen aanvoeren, heeft het hof geen rechtsregel geschonden door te oordelen dat geen sprake is van ‘voorbereidend materiaal’ in de zin van de Softwarerichtlijn ingeval nog een programmeerslag met creatieve stappen nodig is om van het materiaal een computerprogramma te maken. Het hof heeft met dat oordeel klaarblijkelijk slechts tot uitdrukking willen brengen dat in een dergelijk geval niet kan worden gezegd dat het voorbereidend materiaal tot (reproductie van) het computerprogramma kan leiden. De klachten falen derhalve

Analyse

Ik leid uit het arrest af dat software-bescherming zich niet zo snel uitstrekt tot het voorbereidend materiaal. Als nog een programmeerslag met creatieve stappen nodig is, is er geen sprake van voorbereidend materiaal. Dan is er ook geen bescherming. Het zal van geval tot geval afhangen welke (kleine)  stap (nog) nodig is om bijvoorbeeld van bijvoorbeeld functionele specificaties of ander materiaal tot een computerprogramma te komen, en of dat volstaat om alsnog tot ‘voorbereidend materiaal’ verheven te worden waardoor het mogelijk wél onder de software-bescherming valt.

Joost Becker, advocaat intellectuele eigendom

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen